24-03-1969: Zilveren Broodmand uitgereikt aan De landbouwhogeschool in Wageningen

___________________________________________________________

25-03-1969 ……..

Zilveren broodmand voor „Wageningen”
DEN HAAG — De landbouwhogeschool in Wageningen, in de persoon van haar rector-magnificus prof. Hellinga, heeft gistermiddag in Den Haag de zilveren broodmand ontvangen, het geschenk dat de Nederlandse Vereniging van meelfabrieken ieder jaar geeft aan een Nederlandse persoon of instelling die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de voedselvoorziening.
De laatste 50 jaar is in Nederland de graanopbrengst per hectare bijna verdubbeld.
Stelt men de produktie van 1918 op 100, dan wordt ze in 1967 voor tarwe 196, voor rogge 188, voor gerst 180 en voor haver 200.
Deze prestatie kon slechts met een heel arsenaal van wetenschappelijke hulpmiddelen worden verricht.
  Dit is het resultaat van onderwijs, voorlichting, en onderzoek door de landbouwhogeschool en haar ingenieurs. Dit zei voorzitter Verschaffel van de vereniging van meelfabrikanten in zijn rede bij de aanbiedingen.
Als een ander voorbeeld van Wagenings kunnen noemde Verschaffel de enorme verbetering in de bestaansmogelijkheden van de boeren op onze zandgronden.
Voor degenen, die nu, vooral in Drente, door de vruchtbare landstreken en welvarende dorpen reizen, is het nauwelijks in te denken, dat hier 50 jaar geleden nog in ellendige plaggenhutten werd geleefd en dat de bitterste armoe werd geleden. Dank zij vooral een doelmatige grondbemesting werden de productiemogelijkheden aanzienlijk opgevoerd.
  Tot de fraaiste en fascinerendste successen van „Wageningen” zo meende Verschaffel, mag wel het in cultuur brengen van de drooggelegde IJsselmeerpolders worden gerekend.
Maar Wageningens arbeidsterrein beperkte zich niet tot Nederland. Voor de oorlog vond 50 tot 60 procent van de afgestudeerden een werkkring in het toenmalige Nederlands-Indië. Hun werk aldaar heeft overal ter wereld bekendheid verworven. Na de oorlog werden de tropische studierichtingen, zonder dat de banden met Indonesië geheel werden losgemaakt, gericht op andere tropische gebieden.
De hogeschool werd ingeschakeld in het werk van de Verenigde Naties voor de ontwikkelingslanden.
Ook de Heidemaatschappij en de Grontmij met hun vele Wageningse medewerkers gingen zich op ontwikkelingshulp richten.
De landbouwhogeschool stichtte „filialen” in Suriname en aan de Ivoorkust.

___________________________________________________________

Naar Uitreikingen “Zilveren Broodmand”