| ___________________________________________________________ |
Bij de aanhaling dezes den datum en het nommer uit te drukken. No. 10
Getal Bijlagen. 13.
EXTRACT uit het Register der Resolutien van de STATEN der Provincie GRONINGEN.
Lecta 14 Aug. 1861 no. 26.
Zaturdag den 20 Julij 1861.
Aan de orde wordt gesteld de voordragt van Heeren Gedeputeerde Staten dd. 1 Julij 1861, nº. 7, rakende den aanleg van een kunstweg in de gemeenten Leens en Ulrum, alsmede het deswege door de Centrale afdeeling uitgebragt rapport, luidende dat rapport als volgt:
Rapport der Centrale afdeeling omtrent de voordragt van Heeren Gedeputeerde Staten, rakende den aanleg van eenen kunstweg in de gemeenten Leens en Ulrum voor rekening der Provincie, naar aanleiding van een verzoek van de Gemeente Leens (Nº. 36.)
Mijne Heeren!
Ten aanzien van den sub 1°. voorgestelden weg, nl. van af den geprojecteerden kunstweg van den Hoorn naar de Roode Haan over Zuurdijk tot Houwerzijl, waren twee afdeelingen eenparig en van eene derde de meerderheid van gevoelen dat deze weg van geen genoegzaam provinciaal belang is, om den aanleg en het onderhoud daarvan ten laste der Provincie te nemen.
Omtrent den sub 2°. voorgestelden weg van af den geprojecteerden grindweg van Warfhuizen naar de Roode Haan over Schouwer en Schouwerzijl tot Maarslag waren de gevoelens in de afdeelingen evenzeer verdeeld.
De meerderheid achtte dezen weg van geen provinciaal belang.
Eenige leden van eene der afdeelingen wilden het leggen van den weg sub 1°. aan de gemeente hebben overgelaten onder genot van een Subsidie van 50 procent.
In de centrale afdeeling was ook de meerderheid tegen den aanleg van de door de gemeente Leens voorgestelde wegen, voor rekening der Provincie, als van geen provinciaal belang en heeft die afdeeling mitsdien gemeend Uwe vergadering te moeten adviseren om het verzoek van de Gemeente Leens, strekkende dat van wege de Provincie moge worden overgegaan tot den aanleg van:
1°. een kunstweg van af den geprojecteerden grindweg van den Hoorn naar de Roode Haan bij den handwijzer ten Noorden der plaats van J. L. Boer te Warfhuizen over Zuurdijk tot de Kijenstraat te Houwerzijl ter lengte van 6840 ellen, en
2°. een kunstweg van af den geprojecteerden grindweg van Warfhuizen naar de Roode Haan bij den zoogenaamden Scholleweg over Schouwer, en Schouwerzijl tot op de Wierde bij de uitvaart van de plaats der erven G. Kadijk op groot Maarslag,
af te wijzen.
Aldus gerapporteerd in de vergadering der Staten van Groningen van den 19 Julij 1861.
(Geteekend) H. H. de Haan; H. J. Smit; J. P. van der Tuuk; O. G. S. J. van Swinderen; J. [onduidelijk].
De Voorzitter zegt de Conclusie van het rapport in twee deelen en derhalve iederen weg afzonderlijk in deliberatie te zullen brengen.
De Heer Brongers voert hierover het woord en stelt het navolgend amendement voor:
De ondergeteekende stelt voor om in de plaats van de conclusie van het rapport te stellen het navolgende, en wel om te besluiten:
Dat voor rekening van de Provincie zal worden aangelegd en onderhouden:
1°. Een kunstweg van af den geprojecteerden grindweg van den Hoorn naar de Roode Haan bij den handwijzer ten noorden der plaats van J. L. Boer te Warfhuizen over Zuurdijk tot de Kijgenstraat te Houwerzijl ter lengte van 6840 ellen, en
2°. Een kunstweg van af den geprojecteerden grindweg van Warfhuizen naar de Roode Haan bij den zoogenaamden Scholleweg over Schouwer en Schouwerzijl tot op de Wierde bij de uitvaart van de plaats van de Erven Kadijk op groot Maarslag;
alles onder voorwaarde dat door het gemeentebestuur van Leens zal worden bijgedragen 80% ter kosten van aanleg, met de gronden voor de aardebaan, en zoo noodig met een grond tot stichting van een tolhuis benodigd,
en verder onder de voorwaarden zoo als die in gevalle van aanneming van dit voorstel door Ged. Staten zijn opgegeven bij hunne voordragt van den 1 Julij 1861 nº. 7; voorts de stukken aan het College van Ged. Staten te renvoyeren ten einde de zaak verder voor te bereiden, en onder goedkeuring des Konings Ged. Staten te magtigen om door wijziging der voorgedragene begrooting van enkel Provinciale inkomsten en uitgaven, over 1862 de voor het eerste benoodigde sommen op die begrooting te brengen.
Aldus voorgesteld ter vergadering der Prov. Staten van Groningen op den 20 Julij 1861. (get.) P. Brongers.
Daarna voert de Heer Wierda het woord en stelt het navolgend amendement voor:
De ondergeteekende stelt voor het navolgend amendement: aan het slot der Conclusie te lezen:
De zaak te renvoyeren aan Ged. Staten met opdragt dezelve nader te instrueren en bepaald te vernemen of de gemeenten Leens en Ulrum bereid zijn de 20% voor den aanleg van den weg van Houwerzijl tot de Maarslag te leveren en te voldoen aan de voorwaarden welke in ’t belang der Provincie naar ’t oordeel van Ged. Staten aan die gemeenten moeten worden voorgeschreven; en om de zaak in de November vergadering weder ter tafel te brengen.
Aldus voorgesteld door het lid der Staten. (get.) H. W. Wierda.
De discussie over het amendement van den Heer Brongers geopend zijnde, wordt daarover het woord gevoerd door de Heeren M. C. van der Tuuk, Wierda, Dijkhuis, Borgesius, Hof, O. G. S. J. van Swinderen; Brongers; Homann, de Haan, B. A. Quintus, van Houten en den Voorzitter.
Het eerste gedeelte van het amendement van den Heer Brongers wordt verworpen met 25 tegen 11 stemmen.
Het tweede gedeelte van het amendement van den Heer Brongers wordt verworpen met 26 tegen 10 stemmen.
De discussie over het amendement van den Heer Wierda geopend zijnde, wordt daarover het woord gevoerd door de Heeren Borgesius en den Voorzitter.
Het amendement van den Heer Wierda, voor zoo veel den eersten weg betreft, wordt verworpen met 24 tegen 12 stemmen.
Het amendement van den Heer Wierda, voor zoo veel den tweeden weg betreft, wordt verworpen met 26 tegen 10 stemmen.
De Conclusie van het rapport der Centrale afdeeling, voor zooveel den eersten weg betreft, wordt aangenomen met 24 tegen 12 stemmen.
De Conclusie van het rapport der Centrale afdeeling, voor zooveel den tweeden weg betreft, wordt aangenomen met 26 tegen 10 stemmen.
De geheele Conclusie van het rapport der centrale afdeeling wordt dien ten gevolge zonder hoofdelijke stemming aangenomen en is derhalve goedgevonden af te wijzen het verzoek van de gemeente Leens, strekkende dat van wege de Provincie moge worden overgegaan tot den aanleg van:
1°. een kunstweg van af den geprojecteerden grindweg van den Hoorn naar de Roode Haan bij den handwijzer ten noorden der plaats van J. L. Boer te Warfhuizen over Zuurdijk tot de Kijgenstraat te Houwerzijl ter lengte van 6840 ellen, en
2°. een kunstweg van af den geprojecteerden grindweg van Warfhuizen naar de Roode Haan bij den zoogenaamden Scholleweg over Schouwer en Schouwerzijl tot op de Wierde bij de uitvaart van de plaats der erven G. Kadijk op groot Maarslag.
En zal afschrift dezes met insertie van het rapport der Centrale afdeeling en de stukken worden gezonden aan Heeren Gedeputeerde Staten, ten einde hiervan kennis te geven aan het betrokken gemeentebestuur.
De Voorzitter. [handteekening]
De Griffier. [handteekening]
Aan Heeren Gedeputeerde Staten der provincie Groningen.
Kunstweg.
| ___________________________________________________________ |