20-06-1892 Leeuwarder Courant: Verslag Bezoek Koninginnen

___________________________________________________________

20-06-1892 Leeuwarder Courant, maandag  

De Koninginnen in Friesland.

Het bezoek, gisteren namiddag tusschen 4 en 5 uur door de Koninginnen aan „Werkmanslust” gebracht, waarvan wij, daar ons blad ter perse moest worden gelegd, slechts in het kort konden melding maken, zal wel tot de onvergetelijkste momenten blijven behooren van het bezoek Harer Majesteiten in Friesland. 

Werkmanslust” was keurig versierd. Vóór den winkel der Vereeniging waren drie tropeeën aangebracht, geheel gevuld met door de talrijke bewoners zelven gekweekte bloemen. In het midden prijkten de borstbeelden der Koninginnen. Daarachter waren zeer smaakvolle eerebogen opgericht; vele bewoners hadden ook nog afzonderlijke versieringen aangebracht. Het geheel had een recht feestelijk aanzien.
Op het terrein aangekomen, zong de Leeuwarder werklieden-zangvereeniging, onder leiding van den heer E. van der Laan, der Koninginnen het eerste couplet van het Wilhelmus-lied, naar de oude toonzetting, toe. Onder het zingen boden twee kinderen van den boekhouder Snijdelaar, een meisje van 10 en een jongetje van 8 jaar, de Koninginnen op door den heer Titus Postma welwillend afgestane Japansche schotels een exemplaar van al de te zingen keurig gedrukte liederen aan. De voorzitter der Vereeniging, de heer A. D. Beerends, hield daarna de volgende toespraak: 

Majesteiten!
Het bestuur der Vereeniging „Help U Zelven” nadert Uwe Majesteiten met het eerbiedig verzoek, de nederige hulde van alle leden der Vereeniging te willen aannemen.
Als getrouwe onderdanen zijn zij met groote dankbaarheid vervuld voor de hooge eer en onderscheiding, die hun te beurt valt, om Uwe Majesteiten op de door de Vereeniging gestichte buurt „Werkmanslust” welkom te mogen heeten.
Ze zien daarin opnieuw het bewijs van belangstelling Uwer Majesteiten in het lot van den werkman, speciaal in hun streven, om door eigen krachtsinspanning het vaak kommervol bestaan te verbeteren.
De gunstige invloed, dien eene goede en gezonde woning op geheel den toestand van het werkmansgezin uitoefent, is groot; door het eerste bezoek in de stad onzer inwoning te brengen aan deze buurt, een der eersten in den lande , gesticht en bestuurd door de werklieden zelven , en bekroond op de wereldtentoonstelling te Philadelphia, toonen Uwe Majesteiten voortdurende belangstelling in het streven tot verbetering der arbeiderswoningen en ook in het bestaan onzer Vereeniging.
In de geschiedenis dezer Vereeniging is eene bladzijde, die met gulden letters in dankbare herinnering brengt het bezoek van nu wijlen Zijne Majesteit onzen geëerbiedigden Koning Willem III in 1873. Met niet minder groote dankbaarheid zullen de annalen dezer Vereeniging gewagen van Uwer Majesteiten bezoek op heden. 
Moge het Uwe Majesteiten behagen als aandenken van dit bezoek de Statuten der Vereeniging te aanvaarden en ook aan te nemen de , namens de geheele buurt, door deze beide kinderen aan te bieden bloemen.
We hopen en vertrouwen, dat de band, die tusschen Nederland en Oranje sinds eeuwen heeft bestaan, moge blijven bevestigd, en roepen daarom uit volle borst: „Welkom in het noorden, welkom op Werkmanslust! 

Lang leven onze Koninginnen! 

De Koningin-Regentes  bedankte zeer minzaam voor de toegesproken woorden en voor de aangeboden bloemen. 


Bezoek aan Werkmanslust | Historisch Centrum Leeuwarden FDKOHUISB004

Onder het zingen hierna van twee „Welkomstgroeten” door de Vereeniging boden twee andere kinderen, een dochtertje van den meubelmaker Rodenhuis en een zoontje van IJ. Broersma, werkzaam aan de aardappelmeelfabriek, aan ieder der Koninginnen een bouquet aan.
De „Welkomstgroeten” luidden: 
1.

Wat roept U uit uw zomerrust,
Tot een bezoek aan Werkmanslust,
In ’t Noord des lands gelegen ? . .
.
’t Is liefde tot den Werkmansstand,
. . . Vorstin ! wij kusten U de hand,
Hield eerbied ons niet tegen. 

Gij, lieve , jonge Koningin !
Wordt geregeerd door Moedermin;
Eens zult gij zelf regeeren.
Dan moogt Ge, steeds in zonneschijn,
Zelf Neêrlands goede Moeder zijn!
En ’t heil van ’t volk vermeeren. 

Een Moeder ! … eens voor ’t gansche volk,
Wij wenschen , als des Werkmanstolk,
Wordt zulk een eed’le Vrouwe.
Dan blijft, zoo als tot dezen stond,
Het liefste lied op Neêrlands grond,
„’t Wilhelmus van Nassouwe.” 

2. 

Uw naad’ren tot den Werkmansstand
Wekt sympathie in ’t Vaderland,
’t Hecht hulde aan Uw streven.
Zijt ons ook welkom ! Koningin!
Treed met Uw kind ons woning in,
’t Versterkt het samenleven. 

Gij ziet hoe Neêrlands volk bemint
U, Moeder! om ’t Oranjekind;
Niets zal die geestdrift dooven,
Blijft liefde tot het volk Uw keus,
En G’instemt met de oude leus:
Hoezee ! Oranje boven! 

Wij wenschen , om U heen geschaard:
Blijf lang voor Kind en Land gespaard,
De liefde krone Uw wegen.
En komt Ge eens weer op Frieslands kust,
Dan klopt op ’t gastvrij Werkmanslust
Ons hart U dankbaar tegen.

Nadat het tweede couplet van het Wilhelmus-lied was gezongen, werden, op verlangen van de Koningin-Regentes, een paar woningen bezichtigd, om, gelijk H.M. zeide, zoo tevens met een paar bewoners kennis te maken.
Daarvoor werden aangewezen de woningen van den goudsmidsknecht C. Munsterman en van den meubelmaker Kielder. Met de meeste belangstelling namen beide Koninginnen van alles kennis. Niets ontging Hare aandacht Zij onderhielden zich allerminzaamst met de bewoners.
Bij het vertrek bood de Koningin de hand aan vrouw Munsterman en aan vrouw Kielder, waarbij zij hartelijk bedankte voor alles wat men Haar had laten zien. 

Begeleid door den Voorzitter en den Burgemeester, deden de Koninginnen met haar gevolg alsnu door de Lange Winkelstraat en door de Korte Winkelstraat eene wandeling.
Bij het vertrek bedankte de Koningin den heer Beerends in hartelijke bewoordingen voor de haar bereide ontvangst, met verzoek , ook de commissie, die met de versiering was belast geweest, en aan de Zangvereeniging en aan haren directeur H.H. M.M. hooge tevredenheid te betuigen. De Koningin reikte bij het vertrek den heer Beerends de hand.
Onder het verlaten van het terrein zong het gezelschap H.H. M.M. nog het bekende lied „Holland” toe.

Voor het geheele bezoek waren gepaste maatregelen van orde vastgesteld, die tot het laatste oogenblik stipt werden opgevolgd. De kinderen van 6 tot 12 jaar bevonden zich, onder leiding van den heer Th. Postma, op de bovenzaal van het Winkelhuis en hadden van daar gelegenheid, alles te zien. Treffend was het gejuich, dat ook uit al die kindermonden voor de Koninginnen opging. Op recht feestelijke wijze werd de dag verder door de kinderen doorgebracht. 

Omstreeks 5 uur waren de Koninginnen ten paleize (men vergunne ons, dit woord, ook gemakshalve, verder te gebruiken) teruggekeerd. Op den ganschen terugtocht werden zij weder zoo geestdriftvol mogelijk begroet door de duizenden menschen, die langs alle stiaten en grachten, waardoor de tocht ging, geschaard stonden. Wat de Koninginnen daarbij wel weder opnieuw zal hebben getroffen was de voorbeeldelooze orde, die allerwego heerschte. Het was, alsof al die menschen zich-zelven het parool hadden gegeven, om ook in dit opzicht de hooge gasten een goeden dunk van het Friesche volk te geven.
Zonder zich schuldig te maken aan het woeste gedrang, dat wij bij dergelijke gelegenheden elders dikwijls moesten opmerken , wachtte ieder zijn tijd af, om Hare Majesteiten te zien passeeren. De begroeting kreeg hierdoor, wij zouden haast zeggen, eene zekere wijding. 

Te 6 ½ uur nam het diner ten paleize een aanvang. Het stedelijk muziekkorps liet zich voor den geheelen duur daarvan op het Hofplein hooren.
Het diner werd gegeven in de eikenhouten Oranje-zaal, waaraan zooveel geschiedkundige herinneringen van de Friesche stadhouders en Neêrlands Koningen zijn verbonden. Gelijk bekend is, werd deze zaal eenige jaren geleden belangrijk gerestaureerd, zonder dat daardoor haar zoo belangwekkend karakter verloren ging.
Er werden slechts twee feestdronken ingesteld. De eerste was van den Commissaris der Koningin en van den volgenden inhoud:
„Gebruik makende van het mij door Uwe Majesteit welwillend verleend verlof, om een oogenblik het woord te voeren, zij het mij in de eerste plaats vergund, Uwe Majesteiten hartelijk welkom te heeten in Friesland.
Nauwelijks behoef ik daaraan zeker de verklaring toe te voegen , dat onze provincie met het bezoek Uwer Majesteiten ten hoogste is ingenomen en zich daardoor bijzonder voelt vereerd. Niet alleen, omdat zij in Hare hooge gasten de jonge Koningin en de Koningin- Weduwe , Regentes van het Koninkrijk, eert, maar inzonderheid omdat Friesland zich aan het Koninklijk Huis van Oranje-Nassau verwant gevoelt; omdat het er zich op mag beroemen , de bakermat te zijn van den tak van het Doorluchtig Huis van Nassau, waaruit Koningin Wilhelmina is gesproten; omdat wij in Haar de Koninklijke telg van Frieschen stam liefhebben.
Nog leeft in de herinnering van het Friesche volk de naam van menigen held uit dat geslacht voort, en menige traditie spreekt nog luide van deu band, die het Nassausche Huis met Friesland steeds saam verbond.
En hier, in deze zaal, waar wij thans het voorrecht hebben, met Uwe Majesteiten saam te zijn, – hier waar de wanden ons herinneren aan de gewijde plek, die wij op dit oogenblik innemen, werd wellicht vóór drie eeuwen de band gelegd , die thans nog het Huis van Oranje-Nassau aan Friesland verbindt.
Sedert dien tijd heeft Friesland in het lief en leed van zijne Stadhouders en Koningen uit dat geslacht gedeeld. Zoowel in de raadzaal, als op het bloedig slagveld, werd die band herhaaldelijk vernieuwd en bevestigd.
En ook nu nog klopt ons hart warm, geeerbiedigde Majesteit, voor Uwe Koninklijke dochter en voor U, en ik acht mij gelukkig, Uwe Majesteiten te dezer plaatse opnieuw de plechtige verzekering te kunnen geven van Frieslands liefde en trouw.
De wetenschap , dat de toekomst van ons Vaderland ten nauwste samenhangt met het behoud der jeugdige Vorstinne, die op dit oogenblik is de eenige loot, die ons nog uit het roemrijk geslacht van Oranje-Nassau is overgebleven , maakt zeker onze liefde voor Haar inniger, doch ook onze zorg grooter.
Zorg niet alleen voor Haar kostbaar leven, maar ook voor Hare tonning naar geest en naar gemoed.
De overtuiging evenwel, dat Haar in Uwe Majesteit eene voortreffelijke moeder is geschonken en aan ons vaderland eene uitstekende Regentes, die zich met niet genoeg te waardeeren toewijding en liefde geeft voor de dubbele taak, die thans als moeder en als vorstinne op haar rust, doet ons kalm en met vertrouwen op God de toekomst tegengaan, dankbaar aan Hem voor hetgeen Hij ons in Koningin Wilhelmina liet en voor hetgeen Hij ons in Uwe Majesteit schonk.
En ook hier wordt telkens de bede geslaakt, dat aan Uwe Majesteit bij voortduring de kracht moge worden verleend , om U van die zware taak als tot nog toe te blijven kwijten tot heil van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina, ons lieve vaderland ten zegen en Uwer Majesteit tot zelfvoldoening.
Het zij ons , die het voorrecht hebben heden met uwe Majesteiten aan den disch aan te zitten, vergund, die bede ook thans als wensch te laten gelden.
lk stel U voor, geachte gasten , een feestdronk te wijden aan het welzijn van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en van Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes, en noodig U uit, van Uwe instemming te doen blijken door met mij aan te heffen: Leve de Koninginnen !”
Allen stonden van hunne zitplaatsen op, om krachtig in te stemmen met de warme ontboezeming van den gastheer. 

De Koningin-Regentes antwoordde als volgt:
Mijnheer de Commissaris !
Reeds dadelijk wil ik de toespraak beantwoorden, waarmede mijne Dochter en ik door u in de provincie Friesland werden welkom geheeten.
De woorden, ons toegesproken, stel ik op hoogen prijs. Ik voeg daarbij de verzekering, dat, waar Friesland den aiouden band met het Huis van Oranje-Nassau niet vergeet en ons door eene schitterende ontvangst bewijst, dat de oude traditiën, de oude trouw en liefde, nog voortleven in de harten zijner ingezetenen, Wij, de Koningin en ik, ons gelukkig achten in uw midden to zijn, en u te kunnen toonen hoezeer wij belangstellen in alles wat uwe provincie betreft en wat haar bloei zoude kunnen bevorderen.
De woorden, persoonlijk tot mij gericht, Mijnheer de Commissaris, waardeer ik zeer; het is mij eene aangename gedachte en groote zedelijke steun te weten, dat ik in mijne moeielijke taak niet alleen sta, en ik ben u dankbaar voor de verzekering, dat ook het Friesche volk mij de kracht toebidt, waaraan ik bij de vervulling mijner taak zoozeer behoefte heb.
Vertrouwend op God, ga ik met u de toekomst tegemoet, en ik dank u allen, ik dank allen, die ons op zoo hartelijke wijze het welkom toeriepen. Dat de dagen , die wij in uw midden zullen doorbrengen , den hechten band tusschen Oranje en Friesland zullen bevestigen en versterken, is mijn oprechte wensch, een wensch waarmede gij voorzeker allen zult instemmen, en waarop ik u voorstel te drinken!” 

Bij het uitspreken dezer woorden heerschte eene plechtige stilte, en daarop volgde eene ovatie voor de Hooge gasten, die zeker een diepen indruk bij haar zal hebben achtergelaten.

Te half tien reden de Koninginnen uit ter bezichtiging van de
ILLUMINATIE.
Evenals de versiering was gisteren avond ook de illuminatie algemeen in den letterlijken zin des woords. Tot in de afgelegenste gedeelten der stad en daar zelfs in zijstraatjes, steegjes, overal zag men, op de eene plaats meer, op de andere plaats minder, lampions of giornoverlichting. Gelijk daar hadden de; bewoners van andere buurten gewedijverd in het gebruik maken van de gelegenheid, die òf de buurt of hunne huizen opleverden, om, hetzij ieder afzonderlijk, hetzij gemeenschappelijk, de prachtigste verlichtingen aan te brengen. Vele buurt-illuminatiën bestonden uit luchtslingers over palen met of ronder figuren of langs boompjes met of zonder guirlandes van levend groen of uit giorno. Eene bijzondere variatie leverden ook nu de verlichtingen in tallooze versierde winkelkasten. 

Bij andere particulieren zag men vele prachtige zaal- of kamerverlichtingen, opgeluisterd door spiegels,  bloemen-arrangement, ornamentatie enz., hier met, daar zonder illuminatie aan den buitengevel. Wat de buiten-illuminatie betreft, deze leverde de meest mogelijke verscheidenheid op: eerepoorten in allerlei vorm en grootte, lijnen, sterren, zonnen, de naamcijfers der Koninginnen, kronen, jaartallen en vele andere figuren, in witte en gekleurde lampions of giorno, of een encadrement van ramen en deuren, aan het eene huis langs eene of meer, aan het andere langs alle verdiepingen. Kortom eene variatie, die bij het passeeren van straten en grachten, — in welke laatsten de weerkaatsing een buitengewoon schoon effect maakte, — een levendig schouwspel opleverde. Inzonderheid was dit het geval, waar het licht met het levend groen tot het effect samenwerkte.
De Sint Jacobstraat was in hare geheele lengte electrisch verlicht. Nog eene enkele verlichting van dezen aard zag men. Het is ons onmogelijk, over dit alles in bijzonderheden te treden. Niet alleen de ruimte in ons blad, ook de tijd ontbreekt er voor. En wij zouden daarbij zoo licht nog ’t een en ander vergeten. Toch moet ons een woord uit de pen over de Willemskade, die, van de bruggen gezien, een allerprachtigst schouwspel opleverde. Bij de Prins Hendriksbrug bevond zich het stedelijk muziekkorps op eene boot, om zich geruimen tijd te doen hooren, gelijk dit op de Lange pijp geschiedde door het stafmuziekkorps van het 1e reg. infanterie en op het Jacobijner kerkhof door het muziekkorps van het instructiebataillon te Kampen. 

Ook mogen wij enkele publieke gebouwen niet met stilzwijgen voorbijgaan. Het Hofplein muntte wel bijzonder uit; het stadhuis (tot aan den koepel, ja zelfs de wijzerplaten van het uurwerk verlicht), de hoofdwacht c. a., de gemeenteschool, het gemeentehuis van Leeuwarderadeel vormden daar, met de andere verlichtingen, een allerprachtigst geheel. 

Verder noemen wij het gebouw der Rijks Hoogere Burgerschool, het Old Burgerweeshuis, het Nieuw Sint Anthonij Gasthuis, de geïmiteerde voormalige Vrouwenpoort, het vroegere Waaggebouw, tot in de windvanen verlicht, de Gasfabriek en , last not least, het Paleis van Justitie, waarvan o. a. de kapitale zuilen met slingers van driekleurige lampions spiraalsgewijze waren verlicht. Op tal van bruggen waren pyramiden, op de Waeze (over het water) een kolossale Eiffeltoren, op het Vliet, (weder over het water) mede eene groote decoratie (een schip voor| stellende) aangebracht. 

Doch, waar zou het heen, als wij onze uitzonderingen nog verder uitstrekken ? Laat het genoeg zijn te constateeren, dat, Leeuwarden nog nooit eene zoo schoone en schitterende verlichting te zien gaf als gisteren avond het geval was. Het Hbld. (dat van zijn specialen verslaggever gisteren avond nog een uitvoerig telegram over de illuminatie ontving) noemt haar zoo schoon als men wellicht nog nooit in ons land Zag. en uit eene gelijke bron schrijft de N. Rott. Ct., dat de illuminatie zóo in allen deele is geslaagd , dat men niet anders dan huldigen kan eene burgerij, die zóo waardig de eer harer woonplaats weet op te houden. De Koninginnen en haar gevolg, begeleid door den Commissaris der Koningin en den Burgemeester en omstuwd door de Eerewacht, reden het grootste gedeelte der stad, niet alleen hoofdstraten en hoofdgrachten, maar ook verscheidene* minder aanzienlijke buurten door. Overal was het een en al jubelen en juichen en van den kant der Koninginnen onafgebroken groeten. Op tt»l van plaatsen werd gedurende den rijtoer en ook verder Bengaalsch vuur ontstoken. Da Oldehoof baadde voor en na in een zee van vuur, door het ontbranden van kolossale potten met Bengaalsch vuur; het leverde een fantastisch gezicht op. Omstreeks 11 uur waren de Koninginnen in hst Paleis teruggekeerd, zeker onder niet minder treffenden indruk van het schouwspel dan iedor die er van getuige is geweest.

Doch, waar zou het heen, als wij onze uitzonderingen nog verder uitstrekken ? Laat het genoeg zijn te constateeren, dat, Leeuwarden nog nooit eene zoo schoone en schitterende verlichting te zien gaf als gisteren avond het geval was.
Het Hbld. (dat van zijn specialen verslaggever gisteren avond nog een uitvoerig telegram over de illuminatie ontving) noemt haar zoo schoon als men wellicht nog nooit in ons land zag,
en uit eene gelijke bron schrijft de N. Rott. Ct., dat de illuminatie zóo in allen deele is geslaagd , dat men niet anders dan huldigen kan eene burgerij, die zóo waardig de eer harer woonplaats weet op te houden. 

De Koninginnen en haar gevolg, begeleid door den Commissaris der Koningin en den Burgemeester en omstuwd door de Eerewacht, reden het grootste gedeelte der stad, niet alleen hoofdstraten en hoofdgrachten, maar ook verscheidene minder aanzienlijke buurten door. Overal was het een en al jubelen en juichen en van den kant der Koninginnen onafgebroken groeten. Op tal van plaatsen werd gedurende den rijtoer en ook verder Bengaalsch vuur ontstoken. Da Oldehoof baadde voor en na in een zee van vuur, door het ontbranden van kolossale potten met Bengaalsch vuur; het leverde een fantastisch gezicht op. 

Omstreeks 11 uur waren de Koninginnen in het Paleis teruggekeerd, zeker onder niet minder treffenden indruk van het schouwspel dan ieder die er van getuige is geweest. 

DE AUBADE.
Onder zeer ongunstige voorteekenen vereenigden zich heden vóor 10 ½ uur de 1500 schoolkinderen op het Hofplein, om der Koninginnen den voorgenomen morgengroet te brengen. Het had reeds stroomen geregend en het uitspansel vertoonde nog meer donkere dreigende wolkenmassa’s. Niettemin had een dichte schare om de staketsels heen post gevat, daarbinnen had eene groote menigte, op vertoon van speciale toegangskaarten, eene plaats verkregen. Op het vastgestelde uur zwaaide de heer C. Koster , hoofd van de gemeenteschool no. 8, op eene verhevenheid staande, zijn dirigeer-stok.
De Koninginnen verschenen boven vóor het gesloten venster en wuifden herhaaldelijk de dichte kindermassa toe; luide hoerah’s weergalmden alom. Twee op zijde gedrukte programma’s, in kalfslederen omslag met de vergulde stadswapens in relief, het werk van den heer C. B. Bretschneider, en twee bouquetten werden H.H. M.M. vereerd, waarop de muziek van het 1e reg. infanterie, onder leiding van den onder-kapelmeester, den heer Peletier, inviel. Achtereenvolgens werden vier liederen, ieder van drie coupletten, waaronder het Wilhelmus, op de oude wijs, en het Friesch Volkslied, flink en met aplomb uitgevoerd; na ieder nummer wuifden de beide Koninginnen bij herhaling de kinderen toe.
Na het laatste no., een Friesche melodie, werd het raam geopend. Nu steeg de algemeene geestdrift ten top. Aan de toejuichingen en heilkreten kwam geen einde; herhaaldelijk bewoog de Koningin zich van de eene zijde naar de andere, om toch niet de verafstaande kinderen haar hartelijken groet vol dankbaarheid te onthouden.
In de beste orde, school voor school; verlieten alsnu de kinderen met hunne leiders, onder ’t spelen der muziek, het Hofplein; bij ieders nieuwe groep kinderen herhaalden zich de wederzijdsche eerbewijzen. 

De juichende talrijke menigte verzamelde zich daarna vóór het Paleis, om, begeleid door de staf muziek, geheel geïmproviseerd, met volle borst het „Wien Neêrlands bloed” der Koninginnen toe  te zingen.
Een hartelijk woord van lof voor den bekwamen heer C. Koster voor zijne uitstekende leiding is hier zeker op zijne plaats. Moeielijk had het beter kunnen geschieden. De kinderen werden daarop in de onderscheidene scholen onthaald.
Te gelijkertijd viel dit aan de kinderen der bewaarscholen en mede aan de verpleegden in de onderscheidene gestichten ten deel, alles van wege de Feestcommissie.

DE HARDDRAVERIJ.
Terwijl de koninginnen te 11 ¼ uur het paleis verlieten voor een rijtoer naar Stiens (Stienserdijk heen en terug), waren, onder geleide van Commissarissen uit Gedeputeerde Staten, de mededingers voor de harddraverij met paard en chais naar de baan aan den Harlinger straatweg vertrokken. 

Wij laten hier volgen de lijst der harddraverij, gelijk alle officieele stukken betreffende het vorstelijk bezoek, op oranje-papier gedrukt. 

  1. Bruine ruin Augusta van den heer R. Boonstra te Huizum, gereden door den eigenaar; 
  2. zwarte bles ruin de Nette van den heer K. Kramer te Wolsum, gereden door den pikeur H. Oneïdes; 
  3. schimmel hengst Jonge Tabor II van den heer J. Roele te Buiksloot, gereden door den pikeur A. de Ridder; 
  4. bruine ruin Dïbbels van den heer A. Siderius te Leeuwarden, gereden door den eigenaar; 
  5. zwarte merrie de Lange van den heer T. D. Feenstra te Oudwoude, gereden door den pikeur D. Feenstra; 
  6. rood bruine merrie Kenau Hasselaar van den heer A. A. van den Berg te Haarlem, gereden door den pikeur C. Persoon; 
  7. blauwe bles ruin Nora van den heer H. Schaap te Leeuwarden, gereden door den eigenaar; 
  8. schimmel hengst Tabor van den heer jhr. Q. P. A. de Marees van Swinderen te Groningen, gereden door den pikeur J. Koster; 
  9. zwarte bles merrie Augusta van den heer G. de Wit te St. Anna- Parochie, geraden door den eigenaar; 
  10. zwarte ruin Wilhelm van den heer H. van Haaren te Amsterdam, gereden door den pikeur F. Koopmans; 
  11. vos ruin Bonnie L van den heer H. F. Bultman Hz. te Haarlemmermeer, gereden door den eigenaar; 
  12. zwarte ruin de Fries van den heer E. M. Faber te Witmarsum, gereden door den eigenaar; 
  13. zwarte hengst Lartschik II van den heer H. F. Bultman Hz. te Haarlemmermeer, gereden door den eigenaar; 
  14. bruine ruin Adolf van den heer S. Postma te Roordahuizum , gereden door den pikeur F. Koopmans; 
  15. zwarte ruin van den heer W. J. Auema te Ried, gereden door den eigenaar; 
  16. zwarte ruin Kaptein van den heer S. Hettinga te Tjerkgaast, gereden door den pikeur A. Hettinga; 
  17. donkere schimmel hengst Carl van den heer J. G. Kuijs te ’s Gravenhage, gereden door den pikeur C. Persoon; 
  18. zwarte ruin de Jonge Noorderruin van den heer D. K. Schat te Oudebildtzijl, gereden door den pikeur K. Schat; 
  19. bruine ruin Floris van den heer J. van Loon Ez. te St. Anna-Parochie, gereden door den pikeur A. Siderius; 
  20. bruine ruin de Jonge Adolf van den heer D. H. Anema te Achlum, gereden door den pikeur S. Hettinga; 
  21. bruine ruin Jonge Dibbils van den heer J. van der Meer te Oenkerk, gereden door den eigenaar; 
  22. zwarts merrie Koningin van den heer D. Florijn te Rotterdam, gereden door den pikeur G. Koot; 
  23. bruine ruin Piet van den heer Tj. Spriensma te Brantgum, gereden door den eigenaar; 
  24. bruine merrie het Haasje van den heer A. T. Witteveen te Rauwerd, gereden door den eigenaar; 
  25. bruine witvoet merrie Diana van den heer H. Witteveen te Friens, gereden door den eigenaar; 
  26. bruine ruin de Labadist van den heer K. F. Boonstra te Wieuwerd, gereden door den pikeur H. Oneïdes. 

Het weder, ofschoon nog alles behalve gunstig, was toch eenigszins beter geworden. Eene talrijke volksmenigte, ook uit andere plaatsen, had zich intusschen niet ontzien, om present te zijn, en hoe meer het oogenblik naderde, dat de Koninginnen , Inmiddels van den rijtoer teruggekomen en ten paleize afgestapt, zouden verschijnen, des te grooter werd het publiek.
De terreinen om de harddraversbaan vonden wij met bijzondere zorg behandeld. Twee royale bruggen, 10 M. breed, geven toegang tot de in alle opzichten vorstelijk behandelde feesttent. De ruimte voor het publiek is rondom de beide zijden der baan afgezet door een rijk met vlaggen versierde afrastering. 

Onder het spelen van het „Wilhelmus” door de stafmuziek, die zich in eene tent aan de overzijde bevond, namen de Koninginnen plaats in het Paviljoen der feesttent. De feesttent, ter lengte van 30, ter breedte van 6 meter, bevat een paviljoen, zes vierkante meter groot. De vloer der tent en van het paviljoen is ongeveer 1 meter verheven boven het terrein der harddraverij. Een ruime trap aan de voorzijde verleent toegang tot het paviljoen, aan de achterzijde zijn twee trappen voor de leden der Staten en verdere genoodigden. Het paviljoen, door portières van de overige ruimte afgescheiden, is vorstelijk ingericht. De buitenversiering van de tent bestaat uit eene rijke drapeering, waarbinnen zijn aangebracht de wapens der elf steden, de nationale vlaggen en die van Waldeck-Pyrmont.
Het voorsprong der weerszijden van het paviljoen is bezet met bloemen en heesters. Op de trap prijken twee flinke bloem vazen. 

De lijsten der harddraverij in portefeuillevorm, welke de Koninginnen werden aangeboden, waren door den heer C. B. Bretschneider in wit kalfsleder gebonden. De heer H. Wenning bracht op de voorzijde eene sierlijke gekleurde tropee aan, voorstellende de wapens der Koningin en der Koningin-Regentes en het Friesche wapen met de daarbij behoorende vlaggen en de oud-Friesche vlag; hiertusschen de rijksappel en de scepter en attributen der Koninklijke Waardigheid en symbolen van handel, nijverheid en landbouw. Daaronder slingert zich een blauw lint, waarop 18 Juni 1892. 

Nog werden twee lijsten gedrukt in goud en brons op fijn glacé papier , met wapens en gekroonde leeuwen , welk drukwerk , evenals dat van de boven beschreven lijsten, den heer H. G. de Groot Hz. tot eer strekt.
De aanblik was schitterend. 

De stemming van die velen, voor wie de harddraverij, als een bij uitstek Friesch volksvermaak, een groot aantrekkingspunt is, was uitmuntend. Die dwarrelende menigte, juichende bij elken vriendelijken groet der lieftallige Koningin, in gespannen aandacht bij iederen rit, zingende met de muziek, vol van feestvreugde, in éen woord, ’t was een lust voor het oog. De inrichting van de  harddraverij viel zeer te roemen en de handhaving dor orde geschiedde met beleid. 

Te 2 ½ uur kwam de Koninklijke stoet aan; de Koninginnen werden ontvangen door de echtgenoot van den Commissaris der Koningin en de leden van Gedeputeerde Staten met hunne dames. Eene groote verrassing was der saâmgekomenen bereid. De Koningin verscheen in het Friesch costuum, haar door Frieslands vrouwen aangeboden.

20-06-1892 aankomst harddraverij Leeuwarden
Aankomst op de harddraversbaan, Koningin Wihelmina in Friesch kostuum | fotograaf C. Halbertsma | Historisch Centrum Leeuwarden FDKOHUISB004

Wij zijn waarlijk verlegen naar woorden ter beschrijving van den indruk, hierdoor teweeggebracht. Het nationaliteitsgevoel der Friezen was hierdoor ten zeerste gestreeld, zij ’t ook dat de Friesche kleederdracht veel minder algemeen dan vroeger is. En hoe sierlijk stond der Koningin dit alles! Zij zag er nog liever, nòg aanminniger door uit. Daarover was maar éen roep, ook bij hen, die de Koningin naar den wedstrijd hadden zien rijden. De Koningin-Regentes, men kon het haar aanzien, was diep getroffen door al deze blijken van sympathie en liefde , opnieuw door het volk van Friesland aan hare dochter gebracht.
Zij onderhield zich met verscheidene dames en heeren, terwijl de Koningin herhaaldelijk uit het paviljoen do talrijke menigte groette en toewuifde.
Te 4 ½ uur was de wedstrijd geëindigd, ’t geen door het luiden van de klokken der Oldehoof den volke werd verkondigd. 

De uitslag was als volgt:
1. Eereprijs, uitgeloofd door de Koningin, bestaande in een zilveren pièce de milieu, stijl Louis XV, met toepasselijke attributen, prijkende met het wapen der Koningin op het eene schild, met „18 Juni 1892″ op het andere schild; een waar kunstwerk, vervaardigd in de fabriek van de heeren A. Bonebakker & zoon, hofleveranciers te Amsterdam. Hieraan was toegevoegd door de Koningin-Regentes het omlijst schoone portret van de Koningin, vervaardigd door prof. Dake. Behaald door J. Roele te Buiksloot.
2. Premiën, uitgeloofd door de provincie:
a. ƒ 150, J. G. Kuijs te ’s Gravenhage.
b. ƒ 100, A. A. van den Berg te Haarlem.
c. f 50, D. Florijn te Rotterdam. 

Bij monde van den heer H. ter Horst, president-keurmeester , werd de uitslag der harddraverij medegedeeld.
De winnaars brachten hunne paarden voor het paviljoen en ontvingen daar uit handen van de Koningin hunne prijzen. Door den heer J. van Loon werd ten slotte in gevoelvolle taal dank gebracht aan de lieauwe Keninginne voor hare tegenwoordigheid, waardoor werd opgeluisterd een der meest populaire Friesche volksvermaken. Hij meende te mogen spreken uit naam van alle Friezen, wanneer hij de innige hoop uitsprak, dat de Koningin lang gespaard mocht blijven voor land en volk. Der Koniügin-Regentes bracht hij dank voor haar bezoek met hare dochter in Friesland en de aanwezigen riep hij op om luide in te stemmen met den kreet: „Leve Oranje ! leve de Koningin !
En uit honderden kelen werd vol geestdrift die kreet tot driemalen toe herhaald. 

Nadat door den heer J. Roele aan de Koningin eene photographie van zijn Jonge Tabor was aangeboden, reden de Vorstinnen onder oorverdoovend gejuich huiswaarts. 

De eerewacht vóór het Paleis werd gisteren betrokken door een kompagnie infanterie, met kapitein G. H. Aalders, le luit. C. M. I. van. den Heuvel Rijnders en 2e luit. W. de Laet; heden was het de 4e kompagnie van het bat. schutterij onder bevel van kapitein T. B. Plantenga, met den 1en luit. N. H. van der Meulen en den 2en luit. S. H. Taconis.
Het geschiedde telkens onder geleide van de respectieve muziekkorpsen. 

Van 1 tot 2 uur, tijdens het luncheon, liet zich het stedelijk muziekkorps op het Hofplein hooren. Heden namiddag 6 ½ uur diner in de groote raadszaal ten stadhuize, der Koninginnen door de Staten van Friesland namens de Provincie aangeboden. 

De voogdij van het St. Anth.-Gasthuis had aan den Gemeenteraad verzocht, om in een der ledige vakken aan de wanden in de raadszaal, waar de portretten van de vroegere stadhouderes Marijkemui en der Koningen Willem I, II en III, de beide laatsten indertijd door hetzelfde gasthuis aan de gemeente geschonken, zijn geplaatst, het portret der Regentes , levensgroot, ten voeten uit in olieverf te mogen doen aanbrengen. Bij gesloten zitting werd dit verzoek door den Raad met applaus ontvangen. Daarop heeft het bestuur van het Gasthuis zich bij request gewend tot H. M. de Koningin-Weduwe, Regentes, met verzoek daartoe vergunning te willen verleenen, waarvoor een bekwaam Nederlandsch schilder zal worden uitgenoodigd.

Dit request kon H. M. gisteren nog worden overhandigd, zoodat, toen de commissie van het Gasthuisbestuur, de heeren Beekkerk, Kijmmell en mr. van Ketwich Verschuur, ter audiëntie hunne hulde aan H. M. kwamen brengen, zij de blijde mededeeling mocht ontvangen, dat H. M. met hooge ingenomenheid van dat verzoek had kennis genomen en op hoogst minzame wijze aan die heeren hare bewilliging tot het gevraagde verleende.

___________________________________________________________

Naar 21-06-1892 Leeuwarder Courant, dinsdag
Naar 17 – 21 juni 1892: Verslaglegging Bezoek Koningin Wilhelmina en Emma aan Friesland