___________________________________________________________ |
April 1958, Inzicht, maandblad voor de vrije boer
Uitgave van de N.V. Lijempf, Leeuwarden
De boerderijen in Noord-Oost Groningen
Na onze beschouwingen over de boerderijen in Noord-Holland en op de Noord-West Veluwe in reeds eerder verschenen nummers, willen wij in dit nummer eens nader stilstaan bij de boerderijen in de provincie Groningen en wel speciaal bij die boerderijen, welke voorkomen in het rayon van onze fabriek te Winsum (Gr.).
Vruchtbaar kleigebied.
Het rayon van de fabriek te Winsum strekt zich uit over een groot deel van het Noorden en Noordoosten van de provincie. De grondsoort in dit gedeelte van de provincie bestaat voor het overgrote deel uit zware vruchtbare zeeklei, en dientengevolge treft men hier veel akkerbouwbedrijven aan.
Dit wil evenwel niet zeggen, dat uitsluitend akkerbouw wordt bedreven in dit gebied.
Integendeel, vrijwel steeds wordt on deze bedrijven enig melkvee gehouden. Soms is die melkveehouderij van weinig betekenis maar dikwijls kan men ook spreken van gemengde bedrijven, waar de melkveehouderij wel van enige omvang is. Plaatselijk is het zelfs geen uitzondering dat de melkveehouderij van overwegende betekenis is en in bepaalde streken vindt men ook de zuivere weidebedrijven
In tegenstelling tot andere gebieden in ons land is de grond hier weinig versnipperd.
Overheerst elders dikwijls het kleinbedrijf, hier kan men zeggen dat het grootbedrijf domineert. Bedrijven met 40-50 ha grond behoren, vooral in de typische akkerbouwstreken, nog niet tot de groep van de grootste bedrijven.
Omvangrijke bedrijfsgebouwen.
De vruchtbaarheid van de grond, alsmede de gemiddeld grote oppervlakte grond bij de
boerderijen in gebruik, hebben er toe geleid, dat men in dit gebied zeer omvangrijke bedrijfsgebouwen kan aantreffen.
Opvallend is vooral de grote lengte van de schuren.
Zes, zeven of soms nog meer tasvakken op een rij in één schuur, is normaal.
Bovendien bestaan de bedrijfsgebouwen als regel uit twee, of drie van dergelijke schuren naast elkaar, welke dan de voor de provincie Groningen zo bekende tweeling- of drielingschuren vormen.
Het woongedeelte is, in overeenstemming met het bedrijfsgedeelte, eveneens groots van
opzet, dikwijls zelfs zodanig dat het iets villa-achtig aandoet. Vooral bij de grote akkerbouwbedrijven treft men soms zeer grote en luxueuze woonhuizen aan, welke de harmonie van het geheel meermalen niet ten goede komen.
Het inwendige van de bedrijfsgebouwen, daar waar naast akkerbouw veehouderij bedreven wordt, vertoond zeer veel overeenkomst met dat van de Friese kop-hals-romp boerderij.
De koeien staan met de koppen naar de buitenmuur gericht, terwijl de tas zich centraal in het verlengde bevindt. Langs de andere (lange) buitenmuur treft men de deel aan.
Achter in de schuur vindt men de dwarsstal, welke hier als regel voor de stalling der paarden gebruikt wordt, althans daar waar de trekker het paard nog niet geheel verdreven heeft.
Ook uitwendig vertoont de doorsnee Groninger boerderij veel gelijkenis met het Friese kop-hals-romptype.
Deskundigen op het gebied van boerderijenbouw rekenen daarom de Groninger boerderij, evenals
de Noord-hollandse, tot de groep van het Friese type.
Een bezoek an een tweetal boerderijen.
In de afgelopen herfst (1957) hadden wij het genoegen een tweetal bedrijven van melkleveranciers der fabriek te Winsum te bezoeken voor het maken van enkele foto’s, welke U hierbij afgedrukt ziet.
Ons eerste bezoek gold het bedrijf van nu wijlen de heer J. E. Hekma te Zuurdijk.
Kort na ons bezoek bereikte ons nl. het bericht van het plotseling overlijden van de heer Hekma. Zijn enige zoon voert nu het beheer over het bedrijf.
Het bedrijf van wijlen de heer Hekma is een groot gemengd bedrijf. De landerijen beslaan een oppervlakte van ruim 85 ha waarvan ± 70 ha uit bouwland bestaat en de rest uit grasland. Akkerbouw is dus hoofdzaak.
Voor het bewerken van de grond worden twee zware trekkers gebruikt alsmede vijf zware Belgische paarden (vroeger veertien!). Vijf arbeiders vormen de vaste kern personeel, waarbij tijdens de oogsttijd nog twee losse werkkrachten komen.
Op het bedrijf worden verschillende typische klei-bouwlandprodukten verbouwd zoals tarwe, vlas, groene erwten, paardebonen, kanariezaad, gerst, haver, voeder- en suikerbieten, witte- en rode klaver e.d.
Het grasland (± 14 ha) is bestemd voor de veehouderij. Hierop worden de ongeveer 13 melkkoeien geweid, een ongeveer gelijk aantal stuks jongvee alsmede de op het bedrijf aanwezige paarden.
Het wintervoer voor rundvee en paarden is zowel van het grasland als van het bouwland afkomstig.
De rundveestapel bestaat uit dieren van het Groninger zwartblaar veeslag.
Complex van gebouwen.
Het spreekt vanzelf, dat de bedrijfsgebouwen van een dergelijk groot bedrijf zeer omvangrijk moeten zijn.
Dit is hier ook inderdaad het geval. Het geheel bestaat uit een hoofdgebouw (de eigenlijke boerderij met woning) alsmede een viertal aparte schuren.
Boerderij en schuren vormen tezamen een indrukwekkend complex.
Het hoofdgebouw, dat een bijzonder fraai geheel vormt, is een boerderij van het kop-hals-romptype (zie foto). In de voorgevel van de woning staat als bouwjaar 1787 vermeld. De boerderij is dus reeds meer dan 170 jaar oud.
In de lange stal is plaats voor 34 dieren, welke ruimte dus maar gedeeltelijk in gebruik is.
De grote schuur biedt een bijkans onbeperkte opslagruimte voor graan en hooi.
Vóór in de schuur bevindt zich nog de melkbewaarplaats, alsmede de karnmolen (aangedreven door een paard) welke dateren uit de tijd waarin de verwerking van de melk nog op de boerderij plaats vond. De prachtige met koper beslagen karnton wordt zorgvuldig als museumstuk op de boerderij bewaard (zie foto).
Van de vier bijschuren doet er één dienst als opslagplaats voor aardappelen, bieten
e.d, één als bergplaats voor de tractoren en diverse landbouwmachines, terwijl de overrige twee, welke inwendig één geheel vormen, in gebruik zijn als graanschuren.
Hoe groot deze graanschuren zijn wordt pas duidelijk, wanneer men weet, dat een vak hierin een oppervlakte heeft, voldoende om 130 normale pakken stro naast elkaar neer te leggen. De hoogte is zodanig dat met gemak 10 lagen pakken geborgen kunnen worden. Dat is zo’n slordige 1300 pakken stro per vak. In de grootste schuur telden wij niet minder dan 7 van deze vakken op een rij…
___________________________________________________________ |
Een graslandbedrijf.
Een ander bedrijf dat wij bezochten was dat van de heer A. Tjalma te Garrelsweer. In tegenstelling tot het bovenbeschreven bedrijf is dat van de heer Tjalma vrijwel geheel een graslandbedrijf.
De totale oppervlakte bedraagt 21 ha, waarvan 18½ ha uit grasland bestaat en de rest uit bouwland.
De grondsoort is zware zeeklei, zo zwaar, vertelde ons de heer Tjalma, dat ze voor bouwland minder geschikt is. In vroeger jaren is de oppervlakte bouwland veel groter geweest, doch naderhand zijn divers bouwlandpercelen weer als grasland bestemd.
Dat deze grond ook als grasland een goede opbrengst kan geven bewijst wel het feit dat de heer Tjalma gemiddeld 30 melkkoeien op zijn bedrijf houdt en daarbij ook nog kans ziet het jongvee (10 pinken + 10 kalveren) op eigen bedrijf te weiden.
Twee paarden verlenen hun diensten aan dit bedrijf.
Bij het melken wordt gebruik gemaakt van een melkmachine. Tot voor kort werkte het bedrijf zonder betaalde arbeidskrachten. De jonge boer, zijn schoonvader en zijn echtgenote verrichten gezamenlijk alle werkzaamheden. Voor het nieuwe seizoen is thans en arbeider in dienst genomen.
Oude Groninger boerderij.
De boerderij van de heer Tjalma is een grote, ongeveer 150 jaar oude, Groninger boerderij van het kop-hals-romptype.
De veestalling, waarin de koeien met de koppen naar de buitenmuur staan verraadt dat ook deze boerderij tot die van de Friese groep behoort. In de veestalling, welke langs de gehele buitenmuur
is gelegen, is plaats voor 26 stuks melkvee, terwijl in de dwarsstal, langs de achtermuur, plaats is
voor 14 dieren. Een bijschuur met veestallen biedt onderdak aan het overige vee.
Opvallend is de wijze waarop het buitenlicht de stal binnenkomt. Geschiedde dit voorheen, zoals gebruikelijk, door de (te) kleine koeruitjes, een tiental jaren terug werden deze vervangen door een brede strook draadglas in het onderste gedeelte van het rieten dakvlak, over de gehele lengte van de stal.
Hierdoor is op vrij eenvoudige wijze een uitstekende verlichting verkregen.
Hoewel de boerderij oud is, maakt zij geen vervallen indruk.
Anders is dit wat betreft het woongedeelte. Hoewel het woord bouwvallig misschien iets overdreven is, valt wel duidelijk waar te nemen dat de woning sterk verouderd is. Ten tijde van ons bezoek (eenhalf jaar geleden) vertelde ons de familie Tjalma dat er plannen bestonden het woongedeelte af te breken en geheel te vernieuwen. Naar wij vernemen worden deze plannen in de a.s. zomer ten uitvoer gebracht.
Wij besluiten met de wens dat het mag gelukken een goede en bij het geheel passende woning bij deze boerderij op te trekken. Meerdere malen kan men n.l. zien dat bij de verbouwing van woon- of bedrijfsgedeelte met het uiteindelijke aanzicht van het geheel te weinig rekening wordt gehouden.
___________________________________________________________ |
Naar Boerderij “Huizingheem”