19-11-1861 Besluit Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten

___________________________________________________________

EXTRACT uit het Register der Resolutien van de STATEN der Provincie GRONINGEN.
Bij de aanhaling dezes den datum en het nommer uit te drukken No. 12. 
lecta 20 nov 1862 no 68

Dingsdag den 19 November 1861.
Aan de orde wordt gesteld de voordragt van Heeren Gedeputeerde Staten, dd. 12 November 1861, No. 3, betreffende den aanleg en het onderhouden voor provinciale rekening van een kunstweg, aanvangende aan den kunstweg van den Hoorn naar de Roode Haan, en loopende over Zuurdijk, tot aan de Keijenstraat te Houwerzijl; – alsmede het daartoe betrekkelijk rapport der Centrale Afdeeling – luidende dat rapport als volgt:

Rapport van de Centrale afdeeling omtrent eene voordragt van Gedeputeerde Staten, rakende den aanleg van een provincialen kunstweg over Zuurdijk in de gemeenten Leens en Ulrum.
Het gemeentebestuur van Leens heeft reeds vroeger tot deze vergadering het verzoek gerigt ten einde mogt worden besloten tot den aanleg van een provincialen kunstweg over Zuurdijk in de gemeenten Leens en Ulrum, onder aanbod van eene subsidie van 70 procent benevens de kostelooze levering der aardebaan en gronden en des noodig van den grond voor een tolhuis.
In de vergadering van den 20 Julıȷ. jl No. 4 is door de Staten op dat verzoek afwijzend beschikt.

De Gemeentebesturen van Leens en Ulrum zijn thans op hunne vroegere aanvragen teruggekomen en wordt daarbij alleen aangeboden 60 procent der kosten met de gronden voor den aardebaan en des gevorderd voor het te stichten tolhuis benodigd overeenkomstig het vroeger plan begroot op ƒ 32.840.
Heeren Gedeputeerde Staten stellen bij hunne voordragt van den 12 dezer maand No. 3 aan deze vergadering voor, om met aanneming van het gedaan aanbod van de gezegde gemeentebesturen, en onder de voorwaarden in die voordragt omschreven tot het aanleggen en onderhouden van den bovenbedoelden kunstweg te besluiten.
In de afdeelingen heeft die voordragt niet veel bijval gevonden.
In eene afdeeling heeft de meerderheid verklaard, dat, hoezeer wel geneigd om tot den aanleg van dien weg een belangrijk subsidie te verleenen, zij echter met het oog op de financieele krachten der provincie geene vrijheid meende te hebben om door aanneming van de voordragt van Heeren Gedeputeerde Staten het onderhoud van dien weg voor rekening van de provincie te brengen.
Ook in eene andere afdeeling verklaarde de meerderheid zich tegen de voordragt, zoodat slechts ééne afdeeling zich met die voordragt heeft kunnen vereenigen.
De meerderheid van de Centrale afdeeling heeft zich echter met de beraming van de beide bedoelde afdeelingen niet kunnen vereenigen en heeft die Centrale afdeeling mitsdien de eer U.A.H. te adviseren om te besluiten conform de voordragt van Heeren Gedeputeerde Staten.

Aldus gerapporteerd in de vergadering van de Staten van 13 November 1861.
[Geteekend:] H. J. Smit, O. Q. J. van Swinderen, M. van der Tuuk, S. P. van der Tuuk, W. L. Dijkhuis, J. H. Geertsema Cz.

De Voorzitter opent de beraadslaging over de conclusie van het rapport der centrale afdeeling.
De Heer Geertsema stelt voor het navolgend amendement:

De ondergeteekende stelt als amendement op de conclusie van het centraal rapport, rakende den aanleg voor provinciale rekening van den weg over Zuurdijk voor, om afwijzend op het verzoek van het gemeentebestuur van Leens te besluiten.

Get. H. Geertsema Cz.

Vervolgens vragen het woord de Heeren Wierda, S. P. van der Tuuk, Brongers, Dijkhuis, M. van der Tuuk, O. Q. J. van Swinderen, Weel, Roemeling, Onnes en Wierda; ten tweeden male; waarna het amendement van den Heer Geertsema, bij hoofdelijke stemming, met 28 tegen 13 stemmen wordt aangenomen, weshalve is goedgevonden te besluiten:
1°. dat voor rekening der Provincie in 1862 zal worden aangelegd en onderhouden een kunstweg aanvangende van den kunstweg van den Hoorn naar de Roode Haan, en met een noordwesten der plaats van de Roode Haan, bij den handwijzer, loopende langs den bestaanden weg over Zuurdijk en eindigende aan de Keijenstraat te Houwerzijl, met de door Gedeputeerde Staten noodig geachte afsnijdingen en glooiingen; zullende de aardebaan worden aangelegd op eene breedte zooveel mogelijk van 9 el en eene kunstbaan breed 3 el, met een puinbed van 17 duim dikte en eene bedekking van grind of verbrijzelde keijen van 8 duim.
2°. dat de aanleg van dezen weg, invoege sub 1 omschreven, geschiedt onder voorwaarde:

a. dat door de gemeente Leens zal worden opgeleverd: het volle bedrag der kosten waarvoor de aanleg des wegs zal worden aanbesteed op zoodanige wijze en voorwaarden als Gedeputeerde Staten zullen goedvinden te bepalen;
b. de grond voor de afsnijdingen en verbreeding van de aanwijzing van Gedeputeerde Staten en bovendien kosteloos, met bepaling dat de weg in eigendom aan de Provincie zal worden overgedragen;
c. de grond, vereischt voor de stichting van een of des noodig geacht, voor twee tolhuizen, op zoodanige plaats of plaatsen, als door Gedeputeerde Staten wordt bepaald, voor ieder tolhuis ter grootte van minstens 5 roede, en zulks mede kosteloos;
d. dat de gemeenteraad van Leens zich vooraf, zooveel door Gedeputeerde Staten noodig geacht, schriftelijk verbindt tot nakoming der gestelde bepalingen.

3°. dat de provinciale begrooting over 1862 volgens een nader voor te dragen besluit, in dier voege worde gewijzigd, dat onder de inkomsten en uitgaven beider betrekkelijk dezen weg, een post wordt opgenomen van ƒ 32.840.

Extracten dezer zullen aan de gemeentebesturen van Leens en Ulrum respectievelijk worden gezonden tot dispositie.
Afschrift dezer met insertie van het rapport der Centrale afdeeling en de stukken zal aan Heeren Gedeputeerde Staten worden gezonden ter uitvoering.
Coll. Conc.
De Griffier.

___________________________________________________________

Naar Dossier besluitvorming grindweg over Zuurdijk en Ewer