in bewerking
| ___________________________________________________________ |


Portretten van Present, Cojo en Mentor.
Deze portretten zijn gemaakt door de kunstenaar Gerrit Carl François Schouten (* 16-01-1779 Paramaribo, † 19-09-1839 Paramaribo) en zijn in 2022 geschonken aan de Koninklijke Bibliotheek.
Marten Douwes maakte in zijn boeken gebruik van de portretten.
Gerrit Schouten – van gemengde afkomst – is zeer bekend geworden om zijn botanische tekeningen en diorama’s (kijkkasten).
Zijn dochter Carolina Maria Schouten trouwde met Adriaan François Lammens, president van het Hof van Justitie en behoorde tot de rechters die op 26-01-1833 het vonnis wezen waarin de daders van de grote brand veroordeeld werden.
| ___________________________________________________________ |
Present, Cojo en Mentor zijn drie in Paramaribo wonende huisslaven en tot de brandstapel veroordeelde hoofdbrandstichters van de grote brand in Paramaribo in de nacht van 3 op 4 september 1832
| ___________________________________________________________ |
Present, * ± 1813, † 26-01-1833 Paramaribo en werd op 26-12-1831 door de weduwe van G. P. Heilbron verkocht aan Gracia de Abraham Abenatar (1791-1846), weduwe van Salomon Mozes Abendanon (1786-1820) (Bron Wikipedia)
Echter deze Present had in 1830 in het slavenregister de leeftijd van 11 jaar!
(NationaalArchief Slavenregister InvNr 01 FolioNr 1178a, 26-12-1831: Present, jongen, 11 jaar)
Marten Douwes Teenstra beschrijft Present alsvolgt:
Present was tenger van postuur, niet vleezig, met eene roodachtige huid, ronde oogen, platte neus, met een kleine mond en fijne roode onderlip, hebbende onderscheidene likteekens van vroeger ontvangene straf; zachte stem, en van de drie hoofdmisdadigers het meeste spraakzaam.
| ___________________________________________________________ |
Mentor is in 1812 in Afrika geboren en illegaal Suriname binnengebracht, de slavenhandel was sinds 1808 verboden!
Marten Douwes Teenstra beschrijft Mentor alsvolgt:
Deze Mentor, eenen zoogenaamden zoutwater neger, dat wil zeggen in het negerland aan de kust van Guinea geboren, was van de drie hoofdmisdadigers, de grootste van gestalte, zijnde daarbij eenen zwaren breeden neger, met eene roodachtige eenigzins gevlekte huid, groote breede mond met dikke lippen en eene platte breede neus, zware jukbeenen (oszijgomaticus), vaal kroeshaar, eene blaauwe geprikte figuur boven de neus op het voorhoofd, zijnde eenen vleezigen neger, met likteekens op de billen, hebbende eene heldere stem.
| ___________________________________________________________ |
Cojo behoort toe aan mevrouw G.P. Heilbron, ‘een vrije negerin met een rug als een molenpaard en zoo kwaad als eene furie’ volgens Marten Douwes Teenstra.
Marten Douwes Teenstra beschrijft Cojo alsvolgt:
- Cojo of Codjo, is eene naam, welke de negers gemeenlijk geven aan eene op maandag geboren wordende jongen; deze Cojo was eene fraaije welgemaakte neger, klein van gestalte, gezet en sterk gespierd, hebbende eene breede borst, een rond vleezig ligchaam en eene zwarte harige huid, vooral de dijen en beenen, verder zeer zwart kort gekroest haar, hoog voorhoofd en hooge bogtige wenkbraauwen, de oogen vurig, waarvan het witte geelachtig, fijne niet platte en smalle neus, kleine mond met dunne zwarte lippen, eene baard onder de kin en veelvuldige bruiaachtige dalen in het ronde aangezigt, zware dijen, en een weinig kromme, echter goed geproportioneerde beenen, hebbende geene likteekens, maar eenige merken op de linkerarm; van de drie hoofdmisdadigers, was Cojo de kleinste van gestalte.
- Dezelve Neger Cojo of Andries is van eene korte gestalte, vrij gezet, heeft een rond aangezigt, zeer hoog voorhoofd, ronde kin, smallen neus, krullend hoofdhaar en is pokdalig; vooral zeer kenbaar door eenige teekenen of merken aan den linkerarm, door zeer kromme beenen en bijzonder groote voeten.
| ___________________________________________________________ |
Het Geregtshof te Suriname heeft op 26-01-1833 vonnis gewezen en de brandstichters en hun handlangers zware straffen opgelegd, waaronder doodstraffen.
26-01-1833 Tekst van het vonnis
| ___________________________________________________________ |
In het vonnis is vermeld:
“de Blanken en overige vrije bevolking in deze Kolonie uit te roeijen, en zich dus te stellen in eenen staat van onafhankelijkheid van het alhier gevestigd Bestuur, hetgeen de misdaad van rebellie constitueert;””
“met de drie eerste beklaagden en gearresteerden Cojo, Mentor en Present het eens zijn geweest, om, wanneer er zich eene geschikte gelegenheid, na de vernietiging dezer stad, hiertoe mogt aanbieden, de Blanken en vrije bevolking te bevechten en uit te roeijen;”
Op 26-01-2000 worden Present, Cojo en Mentor betiteld als verzetstrijders.

Het plein op de plaats van het vroegere executieterrein bij de Heiligeweg kreeg aan het eind van de 21e eeuw de naam: Kodjo, Mentor en Presentpren.
| ___________________________________________________________ |
Naar 24-01-1833: Marten Douwes sprak met de drie hoofddaders Cojo, Mentor en Present