18-09-1836: nader bericht over K.J. Beukema en inboedelverzekering voor Sinia; Eijerland afscheiden van Texel

___________________________________________________________

Eijerland 18 September 1836

Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock 
te Rotterdam

Wel Edele Heer !

UWEd geeerde letteren van 6.7. en 13 September zijn mij geworden, wetende dat UWEd naar Belge vertrekken zoude, heb ik vermeend de beantwoording daar van eenige dagen te moeten uitstellen, hopende dat UWEd thans te Rotterdam geretourneerd is. –
Hartelijk dank voor UWEd bijzonder attentie in de mededeeling betrekkelijk de Heer Beukema’s arrivement in N. Amerika, dadelijk heb ik dit berigt aan deszelfs familie in Groningen medegedeelt.-
Uit den brief van 7 dezer zie ik met genoegen dat UWEd ook voor ƒ 2000-,, op Meubelen van Sinia heeft laten verzekeren, verzoek ons ook de Stukken en Kosten te doen zenden en opgeven.
Ik bedoel een gewoone niet groote ijzeren geld kist, om in dezelve papieren en andere kleine artikelen van waarde tegens brand of ontvreemding te bewaren.
Wagensmeer verwagt ik met schipper Dubois, voor de ontvangst van ƒ 10 zal den Heer Langeveld voor zeker reeds bewijs gezonden hebben.
Met veel genoegen zag ik uit UWEd geeerde letteren van Gend dd. 13 dezer dat wij UWEd spoedig op Eijerland zien zullen, dit is vooral bij verschil van denkbeelden over de al of niet uitbreiding van Cultuur ook zeer nuttig en noodzakelijk.
Mij dunkt dat het UWEd hier regt goed bevallen zal, doch zien gaat voor horen. Wij hebben veel regen gehad, en hebben beste stukken Koolzaad en tevens genoegzaam planten, om de niet geslaagde gedeeltens aan te vullen kunnende voor ƒ 8-,, (zonder meer) per Bunder aanbesteed worden.
Ook Kivit is hier geweest met deszelfs zoon, zij hebben geheel Eijerland opgenomen, doch hunne gevoelens hier over niet aan ons medegedeeld.
Wij zijn ook begonnen met het dorschen van Zomerzaad, het schud goed en geeft best zwart zaad.
Wij zijn het met den Heer Bok over de afscheiding van Eijerland van Texel niet eens, 
zij beschouwen ons als Ieren welkers opbrengsten zij in het trotsche Londen (Burgt) verteeren willen.
Met ruigte maaijen en Stroo te planten gaan wij nog steeds voort, als meede met het zetten van rijsschermen.
Hebt de vriendelijkheid en schrijf mij wanneer Jan Bos, (of verkiest UWEd dat ik zelve mede koom?) met de wagen aan het Oudeschild zijn moet om af te halen.
Ik heb de eer mij na minzame groete met hoogachting te noemen Wel Edele Heer !
UWEDvDienaar !
Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837