16-11-1771 “Dijkstede” Lening Pieter Jans en Jemme Lubberts 

___________________________________________________________

Schuldenaar: Pieter Jans en Jimme Lubberts
Schuldeiser: Marike Eelings, Wedu van Tijs Wolters
Hoofdsom: 425,00 car. gulden
Rente: 4%
___________________________________________________________

Copia 
Joannes Cleveringa wegens de Hoog Wel Geboren Heer L: T: Starkenborgh Heer van Wehe Zuirdijk en Nijenclooster sijn H: W: Gebn mede Gedeputeerde staat deser provincie etc: ect: ect: Geconstitueerde Rigter van Leens etc: Certificere dat persoonlijk voor mij sijn gecompareert,
De E Pieter Jans en Jimme Lubberts Ehelieden woonagtig op Zuirdijk, dewelke bekenden en beleden voor haar ende hare Erfgenamen, opregt en deugdelijk schuldig te zijn,
an Marike Eelings Wedu van Tijs Wolters woonagtig tot Leens

Een Somma van Vier hondert en vijf en twintig Car: Gulden, dito 425 Gulden, Wegens geleende penningen, verschoten gelt, en geleverde Winkelwaren, en is gevolglijk hier mede alles tot dato deses berekent, ende gesloten, en is mede voor mij Zegulaar gecompareert Marieke Eelings Wedu van Tijs Wolters opgemelt: (:verklarende de wedersijdse Comparanten alle hunne wedersijdsche praetensien hijr mede voor gemortificeert Exemt de Versegelinge in dato den 23 Febr en 9 Julij 1764 gemaakt, groot Een Hondert en vijf en twintig Car: Gulden) van welke Capitaal Somma Vier Hondert en vijf en twintig gulden Pieter Jans en Jimme Lubberts opgemelt beloofden jaarlijks na vier procent rente te betalen, en sal het eerste jaar rente komen te verschijnen op die Eersten November 1700 en twie en seventig en soo vervolgens jaarlijx en onverlaat tot dage van aflossing toe en wien de aflossinge eerst begeert sal het den ander Een Vierendeel jaars voor de Verschijndag moeten opseggen om als dan dit Capitaal met de volle verschenen rente van dien, te mogen of moeten, aflossen, in vrij cost, en schadeloos gelt, met de opzeggingen aandien, voor welk Capitaal en renten, Een jeder in solidum ten onderpand stelden, alle hare riets hebbende en verkrijgende goederen geen exemt, dit alles onder submissie aan alle /Hoge en Lage Regten en Gerigten, en diens parate reale executie, met renunciatie aan alle tegenstrijdige exceptien, als ordenis divisionis et discussienis, alsmede sij vrouw opnemersche van de vrouwelijke voorrechten sent: Cons: Vell: et Authentiq si qua mulier, van welken inhoud sij verklaarde door mij Rigter welgeinformeert te sijn, en deden de wederzijdse comparanten in specie afstand van de exceptien van her en mis rekening, en quade leverantie.
In oorkonde der Waarheid en tot Vestenisse dezes heb ik Rigter opgelet, dezen met mijn gewoon Zegul en Naams Subscriptie gecorroboreert, on t Jaar onsen HEEREN 1700 Een en Seventig op den 16 November 1771
(:was getekent:)
J: Cleveringa Rigter 

De originele deses was op francijn geschreven en met een Zegul van groen Wasse bevestigt.

___________________________________________________________

Naar Boerderij “Dijkstede”