| ___________________________________________________________ |
14-08-1993 Nieuwsblad van het Noorden, zaterdag
De grote H. D. Louwes
Met het oog op de boer door Joop Boertjens
Morgen, 15 augustus 1993, is het precies honderd jaar geleden dat op de boerderij Nieuw-Midhuizen in de Westpolder Herman Dirk Louwes werd geboren.
H. D. Louwes is zonder twijfel de grootste landbouwvoorman die ons gebied ooit heeft voortgebracht. Daarom is het merkwaardig dat er geen standbeeld voor hem is opgericht. Ook is er geen straat die zijn naam draagt.
Natuurlijk, er waren en er zijn in onze streken veel meer boerenvoorzitters. Mannen van naam, met grote verdiensten. Waarom zijn de verdiensten van H. D. Louwes dan zo bijzonder? Hij was een visionaire man, iemand die ver in de toekomst kon kijken. Bij zijn aantreden als voorzitter van de Groninger Maatschappij van Landbouw in 1930 was de hele wereld in een diepe crisis gedompeld. De landbouw stond er beroerd voor. Louwes zag het gevaar van deze economische ellende. Hij zag ook hoe, als gevolg van de malaise, de democratie onder druk zou komen te staan.
Ik citeer uit zijn eerste rede voor de Algemene Vergadering van de Groninger Mij., december 1930: “Groote volksberoeringen behooren hier niet tot de onmogelijkheden en deze deinen te gemakkelijker over onze grenzen, als hier belangrijke groepen van onze landbouwbevolking, door economischen ondergang getroffen of bedreigd, zich verlaten gevoelende van rechtvaardige regeeringszorg, in den toestand van wanhoop zijn gebracht en een gunstige voedingsbodem vormen voor allerlei giftige excessen”.
Juist in de armste plattelandsgebieden ontstaan in de loop van de jaren dertig die ‘giftige excessen’.
Louwes zag dat aankomen, waarschuwde en vocht ertegen.
Daarbij was hij – en, ook dat kenmerkt hem als een groot mens – bepaald niet benauwd om pittige kritiek te leveren. In een lezing voor de Friese plattelandsjongeren verweet hij de Friezen, dat ze in het nastreven van hun eigen zaken “iets krampachtigs” hadden. Verder verweet hij in het openbaar de Friezen een tekort aan humor, een te veel in zichzelf opsluiten en een zich distantiëren van Nederlandse vraagstukken, aldus zijn biograaf J. P. Wiersma. Een stroom van kritiek brak uit over deze rede van Louwes voor de Friese Jongeren. Dan blijkt dat hij niet alleen een groot mens, maar ook een grootmoedig en groothartig man was. In het openbaar gaf hij toe te ver gegaan te zijn. Hij had de Friezen niet moedwillig bedoeld te kwetsen en betreurde het voorval.
Louwes was een man die veel en graag studeerde. Een man ook met een uitzonderlijk grote bijbelkennis. Bij het nalezen van de redevoeringen van Louwes valt het op dat hier een man spreekt met een diep religieuze geaardheid. Niet alleen door het veelvuldig gebruik van bijbelse citaten, ook het gebruik van bijbels aandoende vergelijkingen geven hem iets van een prediker. Zo noemt hij bijvoorbeeld de ongeorganiseerde boeren: “… verdwaalden in hun tijd, als rogge op stugge zeeklei, als tarwe op hoge zandgrond“.
De betekenis van Louwes gaat veel verder dan het eigen gebied. Voor de oorlog was hij al vier jaar lid van de Tweede Kamer. Na de oorlog was hij onder meer voorzitter van het Landbouwschap, voorzitter van het Landbouw-Economisch Instituut, Eerste kamerlid en vice-voorzitter van de internationale boerenorganisatie IFAP.
Toch is Louwes nooit alleen vergaderboer geweest. Steeds weer keerde hij terug naar het bedrijf in de Westpolder. Juist uit dat boer-zijn haalde hij inspiratie en energie om alsmaar weer op te komen voor de boerenstand als geheel.
“Ons beroep eischt ons geheel op en moet ons medevormen in denken, voelen, zijn. Wij zijn dienaars der in de natuur werkende goddelijke krachten….”, zei hij tegen landbouwjongeren in Schagen. Vergroeid met de natuur, bezield met godsvertrouwen maar niet berustend, zelf de leidsels blijven vasthouden, klinkt steeds in zijn verhalen door.
In diezelfde rede in Schagen noemt Louwes een Oostfries boerengezegde, dat de “juiste levenshouding van onze boerenstand” treffend typeert: “Man muss Gott alles anvertrauen, bloss kein droges Heu“, “Vertrouw op de Heer, maar haal zelf je hooi binnen“, zouden wij vandaag de dag zeggen.
| ___________________________________________________________ |
Naar Gebroeders Louwes