06-06-1831 Boerderij Dijkstede Lening Margaretha Elisabeth Tonnis Dijkhuis-Kapinga

___________________________________________________________

Schuldeiser: stiefzoon Tonnis Jans Dijkhuis
Schuldenaar: Margaretha Elisabeth Tonnis Kapinga weduwe Jan Thomas Dijkhuis
Onderpand: De halfscheid in eene Boerenbehuizinge en schuur, geteekend numero eenentwintig
Hoofdsom: 2.000,00
Rente: 4 ½ %
___________________________________________________________

Voor Ons ondergeteekende Meester Hendrik van Bolhuis, openbaar notaris residerende te Leens, Gemeente van dien naam, Kanton Winsum, Kwartier Appingedam, Provincie Groningen, in tegenwoordigheid der hiernagenoemde en mede ondergeteekende getuigen, compareerde
Margaretha Elisabeth Tonnis Kapinga weduwe Jan Thomas Dijkhuis, landbouwersche wonende te Zuurdijk, dewelke verklaarde oprecht en deugdelijk schuldig te zijn tengevolge eener gemaakte liquidatie wegens verdiende werkloonen en op rente genomen gelden aan Tonnis Jans Dijkhuis, buiten beroep wonende te Zuurdijk, hier tegenwoordig zulks erkennende en in natemeldene stipulation genoegen nemende, eene sum van tweeduizend guldens, aannemende de debitrice voor ’t gebruik van gezegde sum jaarlijks vier en een half procento, tot rente te zullen betalen, eerstemaal komende te verschijnen op den eersten Mei achttienhonderd tweeendertig en zoo vervolgens ieder jaar op denzelfden datum tot dage van volledige aflossing en betaling toe, zijnde dit capitaal wederzijdsch ieder jaar los en opzegbaar om op de verschijndag der rente wederom op te brengen en te betalen in klinkende gangbare nederlandsche muntspeien met de kosten van opzage ten last van de debitrice mits de opzage drie maanden bevorens den verschijndag der rente van de een of ander zijde geschiede.
Tot zekerheid voor kapitaal en renten, verklaard de debitrice speciaal te verhijpothiseren:
De halfscheid in eene Boerenbehuizinge en schuur, geteekend numero eenentwintig, met de helft in de vaste beklemming van ongeveer tien en een halve bunder land, doende jaarlijks, voor ’t geheel aan Eisse Reinjes Feddema te Kloosterburen in qualité tot huur eene sum van zesenzestig gulden vijftien cents, en alzoo deze helft de sum van drieendertig gulden zeven en een halve cent, staande en gelegen te Zuurdijk, hebbende voorschreven tien en een halve bunder land tot naaster zwetten, als volgt:
Acht en een halve bunder waarop de Boerenbehuizinge en schuur is staande, zwet
ten noorden, aan Simen Jans Jeltes en de weg,
ten oosten aan Simen Jans Jeltes,
ten zuiden Jan Jacobs Rietema en
ten westen de weg,
de overige twee bunders land zwet
ten noorden aan de Weduwe Jan Hindriks Zijlma,
ten oosten Reneke Melles Koning,
ten zuiden de weg en
ten westen de weduwe Jan Hindriks Zijlma;
Voorts nog de vaste beklemming in de halfscheid van ongeveer twee en een halve bunder land, doende jaarlijks voor ’t geheel aan de Parochie van Wehe tot vaste huur vijftien gulden en alzoo deze helft de sum van zeven gulden vijftig cents, mede gelegen te Zuurdijk, zwettende
ten noorden Douwe Jacobs,
ten oosten Jan Jacobs Bos,
ten zuiden het Kosterij land en
ten westen Reneke Melles Koning.
Gedaan en gepasseerd te Zuurdijk ten huize van de comparante debitrice op den zesden Junij achttienhonderd eenendertig, in tegenwoordigheid van Jan Arends Blink, landbouwer wonende te Leens en van Fokke Thomas Kuipers daglooner mede te Leens woonachtig, als getuigen ten dezen verzocht, die deze nevens de comparant crediteur en ons notaris hebben onderteekend, verklarende de comparante debitrice niet te kunnen schrijven of hare naam te teekenen om reden zij zulks niet had geleerd. 

[handtekeing: Tonnis Jans Dikhuis] 

 

___________________________________________________________

Naar Boerderij “Dijkstede”