| ___________________________________________________________ |
05-05-1972 Nieuwsblad van het Noorden, vrijdag
Strip van Nico Visscher brengt zaak tot leven
Stuk kerkgeschiedenis speels en doelmatig in Verhildersum
Kunebertus, raadsman van Koning Dagobert en hofmeier Pepijn I is geen figuur uit een stripverhaal, maar één van de eerste missionarissen die zich zo’n 1200 jaar geleden voor de kerstening van noordelijk Nederland inzette.
Hij lag daarmee bijna een eeuw voor op zijn collega’s Willihad en Bonifacius, die ook voor zendingswerk naar Nederland kwamen en zich specialiseerden in het dopen van Friezen en Groningers.
Erg gemakkelijk werk was dat niet. Vooral de Groningers voelden er niet zoveel voor. Zo moest Willihad in Niehove voor zijn leven dobbelen en werd Bonifacius heilig nadat hij in Dokkum door Groningers was vermoord. Die waren daarvoor, geen moeite was hun te veel, helemaal van over de Lauwers(zee) gekomen.
Maar Groningen is uiteindelijk hoe dan ook een gekerstende provincie geworden, waar men sinds de achtste eeuw speciale huizen bouwde (eerst nog van hout en later van steen) om er in plaats van het veelgodendom die ene Heer te dienen. Hoe het tot op de dag van vandaag met die gebouwen (die kerken genoemd werden) en de gekerstende Groningers is vergaan, verhaalt de tentoonstelling „Het leven in en rond de oude Groninger kerken” die tot en met begin juni in de borg Verhildersum bij Leens te zien is.
De tentoonstelling is georganiseerd door de commissie voor tijdelijke exposities van de stichting Het Ommelander Museum in samenwerking met de stichting Oude Groninger Kerken. Het is, zoals zo vaak met tijdelijke exposities in Verhildersum, door een combinatie van degelijkheid en speelsheid een bijzonder aardige tentoonstelling geworden.
Om met de degelijkheid te beginnen; de expositie is strak in zeven hoofdgroepen onderverdeeld. Achtereenvolgens komen aan de orde: de kerstening; de kloosters; het kerkelijk leven; de reformatietijd; het protestants kerkelijk leven; kerk en samenleving van de 17e tot en met de 19e eeuw en tenslotte oude kerken in de 20ste eeuw.
Al die onderwerpen worden en dat is dan al wat speelsigheid, doelmatig geïllustreerd door een groot aantal tekeningen van Nico Visscher.
Visscher die met zijn dagelijkse cartoon op de voorpagina van het Nieuwsblad van het Noorden elke lezer wel bekend moet zijn, heeft er een Kerk-strip van gemaakt, die aan duidelijkheid niets te wensen over laat. Beter (en humoristischer) werk kan men zich wat dit soort instructieve zaken betreft, nauwelijks voorstellen.
Om nog even op de degelijkheid van de expositie door te gaan: er is verder ’n continue diavoorstelling over oude Groninger kerken, waar men, gezeten op een groen bankje van kan genieten (onder meer opnamen van schitterende, bij restauraties te voorschijn gekomen wandschilderingen). Verder gaat de expositie vergezeld van een uitstekend gedocumenteerde catalogus.
De speelse kant van de tentoonstelling zit hem niet alleen in de kerkmuziek die door Verhildersum weergalmt, maar ook in allerlei geinige details zoals een paar rococo tekstborden uit het kerkje van Oterdum waar, om in stijl te blijven, de nummers van de te zingen psalmen op geschreven zijn. Of een vitrine met gebruiksvoorwerpen uit de Katholieke Kerk zoals paaskaarsen en rozenkransen. Ook ligt er een zweep geëxposeerd waarmee de koster vroeger honden de kerk uitranselde en een collecte-buul met belletje. Het belletje rinkelde luider dan het muntstuk, zodat de grootte van de gift niet op het gehoor vastgesteld kon worden. Aardige bijzonderheden komen ook naar voren uit de begeleidende teksten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de kerk vroeger als enig openbaar gebouw in het dorp ook wel eens als biertapperij dienst deed.
Het feit dat in de kerk niet gedood mocht worden, gaf volgens een andere tekst wel enig uitstel maar niet altijd afstel. Een tegenstander die in de kerk z’n toevlucht had gezocht, kon bijvoorbeeld weer de kerk uitgesleept worden, om vervolgens op de stoep alsnog doodgeslagen te worden.
Ook wordt weer eens een tipje opgelicht van het oncelibataire gezinsleven dat vele plattelandspastoors leidden. Zo werd de vader van de bekende Rudolf Agricola (Roelf Huisman uit Baflo) op de dag van de geboorte van zijn zoon bevorderd tot abt in Selwert; dubbel feest dus.
De overgang naar het protestantisme, met z’n beeldenstorm, maakte aan dit gemoedelijk katholieke kerkleven een einde. Wel trokken er nog stiekem paters als ketellappers of kooplieden langs de deuren om trouwgebleven zieltjes te blijven bedienen. Maar ook al lieten ze zich heel vindingrijk Oom noemen, echte patersfamilias van en over Groninger gezinnen werden ze niet meer….
Tot in de vorige eeuw werd er van de kerken niet alleen in godsdienstig opzicht gebruikt gemaakt. Zo werden er wekelijks van de kansel plaatselijk nieuws en berichten afgekondigd, de zogenaamde kerkespraak. Maar sinds het ingeburgerd raken van de krant is het steeds meer in onbruik geraakt. Dat geldt langzamerhand ook voor het kerkbezoek zelf.
Tientallen oude Groninger kerken worden door het samengaan van de geslonken kerkelijke gemeenten niet meer gebruikt. Om ze voor verval te behoeden, probeert de Stichting Oude Groninger Kerken er zoveel mogelijk over te nemen, te restaureren en er een nieuwe bestemming voor te vinden bijvoorbeeld als museum of concertzaal. De tentoonstelling in Verhildersum kan worden beschouwd als een soort in memoriam van een, zoals het er nu uitziet, definitief afgesloten stuk kerkgeschiedenis.
Maar het gebeurt eigenlijk zo goed, dat het tegelijkertijd weer (even) voor je gaat leven.
ERIK BEENKER
Rond 1830 trokken de preken van Ds. H. de Cock te Ulrum zo grote belangstelling, dat de bezoekers lang niet alle in de kerk konden.

| ___________________________________________________________ |
Als enige in de provincie Groningen heeft de luidklok “Maria” in de kerktoren van Zuurdijk de afbeelding van Kunibertus.
| ___________________________________________________________ |
Naar Ommelander Museum en Verhildersum