| ___________________________________________________________ |
03-10-1970 Nieuwsblad van het Noorden, zaterdag
Tentoonstelling in Verhildersum, Leens
DE TIJD VAN OT EN SIEN
Natuurlijk ben ik geen mens van het onderwijs om de vernieuwingen, die Ligthart en Scheepstra aan het begin van deze eeuw brachten, te beschrijven.
Ik wil het vooral hebben over hun tekenaar Cornelis Jetses (1873 — 1955). Toen ik de tentoonstelling van zijn tekeningen in de borg Verhildersum in Leens zag, was ik weer vertederd, herinneringen aan mijn eigen prille jeugd kwamen boven.
Ik herinner me nog als de dag van gisteren de boekjes „Wereld in” die door Jetses’ voorganger W. K. de Bruyn waren geïllustreerd, en later Ot en Sien, Dicht bij huis, Pim en Mien.
Nog altijd onderga ik de charme van werk. De uitvoerigheid en zuiverheid van die kleine tekeningen en aquarellen, door de nieuwe clichétechnieken prachtig gereproduceerd, zijn vaak verbazingwekkend. Op het eerste gezicht denk je dat je voor een afdruk staat, eerst bij nadere beschouwing ontdek je dat het de tekeningen zelf zijn; ze vroegen slechts een geringe verkleining.
Vakmanschap
Jetses zocht in zijn illustraties nooit naar schilderachtige effecten, zijn tekeningen zijn vaak ware wonderen van vakmanschap en kennis. Doodeenvoudige onderwerpen: „in en voor de boerderij”, het interieur van een molen, een „snik”, een scheepstimmerwerf, een kermistafreel met een gedresseerde aap wist hij tot een boeiend en leuk geheel te maken, uitvoerig tot in de kleinste kleinigheden.
Het Openlucht Museum te Arnhem gebruikt Jetses’ tekeningen daarom op het ogenblik voor een volkskundige documentatie van het leven rond 1900.
Prof. Nieuwenhuis (sociaal pedagoog) noemt een periode uit onze geschiedenis „De tijd van Ot een Sien”.
Verhildersum laat die tijd nog eens weer voor ons leven. Poppen in het kostuum van die jaren zijn door mevrouw Clevering met zorg gekleed: Ot, Sien, Trui, juf, Groomoe. In speelgoed van die dagen: „bikkels” van koper, tin, schapegewrichtjes, het ganzebord, de boterhamtrommel voor school, de geschilderde speeltol, alle voorbije zaken. Ik miste sponzedoos, knikkers, tiepelstokken en „stompgooien”.
5 miljoen boekjes
Eigenlijk heeft het gehele onderwijs in ons land toen een sterk Noordelijk stempel gekregen, door Scheepstra die in Roden geboren is (zoon van een tapper-kruidenier) en de Groninger Jetses.
Vijf miljoen van hun boekjes zijn er verkocht, een bewijs dat het werk van de uitgeverij J. B. Wolters een geweldig succes was. Jetses maakte zijn tekeningen veelal in het noorden, in Peize, Roden, Paterswolde (hij woonde in Zeist) en gebruikte voor zijn modellen de kinderen en mensen van zijn eigen omgeving; hij zal veel tekeningen direct naar de natuur gemaakt hebben: de grootvader met zijn kleinzoontje op de knie bijvoorbeeld.
Het is misschien wel aardig te eindigen met een korte beschrijving van Jetzes’ levensloop. Hij kwam uit een gezin waar al vroeg hard gewerkt moest worden, zijn vader was zadelmaker. Na de lagere school wou Cornelis „taikenmeester” worden, ging naar de avondtekenschool en werd lithograaf bij J. B. Wolters In 1894 logeert hij bij een oom in Bremen en krijgt contact met de directeur van de Kunstgewerbeschule, waar hij leerling wordt.
Hamburg en Bremen
Later helpt Cornelis de kunstschilder Fitger bij diens wandhilderingen in het stadhuis van Hamburg (ik bezit daar een fraai boek over) en een concertzaal in Bremen. Voor dit werk gaat hij eerst nog een tijdje studeren op de Rijksacademie te Amsterdam. Zelf maakt hij schildederingen binnen en buiten (een St. Joris) op een kasteel in Duitsland. Hij woont een poosje in Horn bij Bremen maar krijgt daar al ± 1900 de eerste opdrachten van J. B. Wolters om mee te werken aan de schoolleesboeken van Ligthart en Scheepstra. In 1909 gaat hij definitief naar Nederland terug en woont vanaf die tijd in Zeist. Voor monumentaal werk krijgt hij in ons land niet meer de kans.
Door zijn opleiding in Duitsland, zijn betrekkelijk isolement in Zeist nam Jetzes geen deel aan de verworvenheden van de schilderkunst, het impressionisme en de Haagse school. We zagen we eens een paar knappe studies uit Amsterdamse tijd, maar hij werd helemaal illustrator, ’t is of hij bewust zich grenzen stelde.
Een gevoelig dienend, geëngageerd kunstenaar werd hij, de goede man op de goede plaats. Hij maakte ook een serie bijbelse schoolplaten (tekst van Anne de Vries) en een historische serie, o.a. de Walvischvangst.
Johan D.
| ___________________________________________________________ |
Naar Ommelander Museum en Verhildersum