21-02-1913 Verslag vergadering “Nieverheid” Leens

___________________________________________________________

24-02-1913 Nieuwsblad van het Noorden
Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid

In het hotel “Ceres” te Leens vergaderde vrijdagavond de afdeeling “Leens” der Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid onder presidium van den heer H. J. Zijlma te Zuurdijk.
Tot lid in de commissie voor het landbouwverslag werd in de plaats van den heer Dj. Siccama te Zuurdijk gekozen de heer G. Doornbos te Zuurdijk en in de plaats van den heer R H. Torringa te Leens de heer E. Elzes te Leens.
Tot lid in het bestuur der vakteekenschool werd in de plaats van den heer F. Hegge te Kloosterburen (overleden) gekozen de heer H. Lammerts aldaar en tot lid in de commissie voor coöp. aankoop (deze commissie is uitgebreid met 1 lid) de heer S. Jeltes te Ulrum.
Het landbouwverslag over 1912 werd uitgebracht door den heer Dj. Siccama te Zuurdijk en zonder wijziging goedgekeurd.
Het verslag van de gehouden tentoonstelling van zaaigranen werd uitgebracht door den heer A. N. Stol te Zuurdijk. Verkocht was er 813 H.L.
Bekroond werden van haver:
Twenter Zege van den heer G. Heller te Hornhuizen, Orig.
Mansholt II van den heer R. J. Mansholt te Westpolder en
President van de erven Rietema te Houwerzijl;
van zomertarwe:
Japhet van den heer J. J. Loots te Vierhuizen;
van Lijnzaad:
Enter Selmer van den heer F. Veldman te Adorp en
van erwten: groene van den heer C. van Hoorn Tzn te Hornhuizen (erkend door de Gr. Mij. v. Landb.)
Het bestuur der afdeeling meende, dat in de bekroningen iets onbillijks is gelegen. Van elke soort wordt de beste bekroond, wat niet uitsluit dat naast deze bekroonde soorten ook nog vele monsters zijn ingezonden,, die wel degelijk goede zaaizaden zijn. Het bestuur meende dan ook, dat een volgende tentoonstelling het wel wenschelijk zou zijn, dat door de commissie ook die monsters werden bekend gemaakt, welke bekroonswaardig zijn te achten. Aldus werd besloten.

Een rapport over vraagpunt 3 van het H.B. luidende: “In hoeverre verzekert men zich in de provincie Groningen tegen brand en sterfte van vee onderling, in hoeverre bij premie-maatschappijen?
Welke zijn de redenen, waarom de laatste vorm wordt gekozen? Is het wenschelijk maatregelen te nemen, die het onderling verzekeren kunnen bevorderen, en zoo ja, welke?” werd uitgebracht door den heer J. Dijkveld Stol te De Houw (Ulrum).
Spreker wenschte een woord vooraf te zeggen. Het bestuur der afdeeling zit altijd te zweeten met het utbrengen van rapporten over vraagpunten van het H. B. Geen enkel lid meldt zich er voor aan en het gevolg is, dat een goede behandeling van de vraagpunten achterwege blijft. Er ziin toch zooveel jonge krachten in deze afdeeling, waarom spreker wenschte dat, mocht een hunner voor het uitbrengen van een rapport door het bestuur worden aangewezen, zij niet moesten aarzelen hieraan te voldoen.

De rapporteur zeide, dat in deze environs alle boerderijen zijn verzekerd bij de onderlinge brandwaarborgmaatschappijen, gevestigd te Leens, Eenrum, Winsum en Usquert.
Vóór een 25-tal jaren is opgericht de brandwaarborgmaatschappij gevestigd te Eenrum voor burger- en arbeiderswoningen. Boerderijen zijn hier uigesloten, omdat bij boerderijen grooter brandgevaar bespant dan bij burgerwoningen.
De boeren-brandwaarborgmij gevestigd te Leens, is opgericht den 23 Juni 1795 en bestaat  derhalve reeds 117 jaren. De eerste vijf jaren werd hier betaald ½ pct. contributie, toen 1 jaar ¼ pct. En daarna niets.
Van 1827 tot 1840 werd geheven 10 cent contributie per f 100 verzekerde waarde, van 1840 tot 1903 is nimmer contributie geheven.
Van 1903 tot thans werd betaald 5 cent contributie per f 100 verzekerde waarde. Bovendien werd een keer een omslag geheven van 5 cent en een keer van 10 cent per f 100 verzekerde waarde voor losse goederen. Achtereenvolgens werd wegens branden in 1816 f 4341, in 1852 f 3636, in 1870 f 2480, in 1896 f 6946, in 1899 f 7052, en in 1912 f 8036.
Totaal in 117 jaren uitgekeerd f 32491.
In het geheel werd bovendien van het reservefonds aan de deelnemers uitgekeerd f 18664. Op 1 Mei 1912 was aan kas f 13370.

Bij onderlinge paardenverzekering-maatschappijen werkt het eveneens goed. Die te Leens gevestigd sedert 15 jaren kostte gemiddeld aan deelhebbers 1 ½ pct, die te Eenrum en te Baflo de eerste 10 jaren f 1.57 per f 100 verzekerde waarde. Spr. had geïnformeerd bij twee premiemaatschappijen en het bleek hem dat daar respectievelijk 5 pct en 3 pct per f 100 verzekerde waarde moest worden betaald.
Waar een onderlinge paardenverzekering-maatschappij werkt over twee à drie gemeenten is de contrôle gemakkelijk en minder kostbaar.
Bij een premie-maatschappij krijgt de directeur een hoog salaris en worden de agenten en schatters flink bezoldigd.
Schatters van onderlinge maatschappijen krijgen alleen vergoeding voor reiskosten.

Onderlinge veeverzekering is niet te wijten, zooals de steller van het vraagpunt zegt, aan tegenwerking van gegoede boeren, zoodat den kleinen verzekering onmogelijk wordt gemaakt, maar aan het feit, zeide spr., dat hier sterk vee is en bij noodslachtingen ook niet veel schade wordt geleden.

Resumeerende kwam rapporteur tot de volgende conclusiën:
1. Dat onderlinge verzekering zoowel tegen brand als voor paarden verre de voorkeur verdient boven premie-maatschappijen, de redenen hiervan zijn duidelijk genoeg aangegeven in het rapport.
2. De reden waarom men zich nog bij premie-maatschappijen aansluit is deze, dat de contrôle van de onderlinge maatschappij velen belet deelnemer te kunnen worden, zooals stalhouders, voerlieden en anderen.
3. Het is wenschelijk maatregelen te nemen, die het onderling verzekeren kunnen bevorderen. In deze streek is dit echter niet meer noodig, want voor onderlinge veeverzekering verwachten wij hier zeer weinig deelname en achten zulks in deze streek minder noodig.

Deze conclusiën werden alle bij acclamatie aangenomen.

Naar aanleiding van het gezegde van den rapporteur over vorenstaand vraagpunt om voor de beantwoording personen te benoemen, kwam het ’t bestuur wenschelijk voor den duur van alle functiën te verlengen en commissiën voor de beantwoording van vraagpunten te benoemen voor den tijd van zooveel jaren als wenschelijk is en hiervoor in een volgende vergadering met bepaalde voorstellen te komen, waarmede de leden instemden.

De heer L. H Mansholt te Westpolder deelde mede, dat 14 dagen geleden nog 240 aandeelen moesten worden genomen voor ’n op te richten beetwortelsuikerfabriek en dat, om meer ambitie onder de landbouwers hier voor deze affaire te krijgen, hij het wel gewenscht achtte voor de afdeeling iemand te laten optreden om deze zaak nader uiteen te zetten. De regeling hiervan werd aan het bestuur overgelaten.
Hierna sluiting.

___________________________________________________________

Terug naar Onderlinge Paardenverzekering Leens