05-03-1901 Vergadering van de Onderlinge Paardenverzekering-Mij., gev. te Leens

___________________________________________________________

05-03-1901 Groninger courant?
LEENS. Alhier had ten huize van Takens de jaarlijksche algemeene vergadering plaats van de Onderlinge Paardenverzekering-Mij., gev. te Leens.
De aftredende bestuursleden, de heeren W. J. Diekhuis, Niekerk, J. L. Torringa, Zuurdijk, en J. van Zijl, Hornhuizen, werden herkozen en aanvaarden opnieuw hunne functiën.
De door het bestuur voorgestelde reglementswijzigingen werden bijna onveranderd goedgekeurd en vastgesteld, ingaande 26 Februari 1901.
De leden R. L. Dijkhuis, Menneweer, en H. B. Brommersma, Maarhuizen, werden benoemd om de administratie van den boekhouder over het jaar 1 Januari 1901 tot 1 Januari 1902 na te zien. Uit bet jaarverslag van den boekhouder bleek dat op 1 Januari 1900 in de Mij. waren verzekerd 55 leden, met 586 paarden voor f 162870 of ruim f 277 per paard.
In den loop van dat jaar verminderde het getal leden door overlijden, vertrek, bedanken en door geen paarden meer te houden met 4, terwijl 11 als lid werden aangenomen.
Voor 7 gestorven en 1 ongeneeslijk verklaard paard moest in het 1e, 2e, 3e en 4e kwartaal respectievelijk aan omslag worden betaald 11, 22, 25 en 17 ct., tezamen dus f 0.75 per f 100  verzekerde waarde, tegen f 0.77 ½ in ’99, fl. 1.10 in ’98 en f 1.50 in ’97. (1 November ’96 werd de Mij. opgericht.)
De totaal uitgekeerde som voor de 8 paarden bedroeg f 1296, zijnde 90 pct. van de verzekerde som.
Voor administratie en alle andere noodzakelijke uitgaven was noodig 9 ct. per f 100.
Deze kosten kunnen echter ruim worden bestreden uit de inleggelden voor nieuwe paarden, waarvan 1/4 pct. wordt geheven, en de opbrengst der doode en afgekeurde dieren, die aan de vereeniging behooren.
De doode paarden waren in 1900 in voorkoop verkocht voor paarden boven 1 jaar oud à f 16.52, daarbeneden à f 6.15.
De totale ontvangsten in 1900 bedroegen met het batig slot van ’99 f 1628.87 ½, uitgaven in ’99 f 1476.19; batig saldo f 150.08 ½. Aldus in orde bevonden en vastgesteld.

Verder had de boekhouder een statistiek overzicht gemaakt van de vereeniging, omtrent de verschillende soorten der paarden naar hunne waarde en de betrekkelijke sterfte daarvan in de vier jaren, waarover de Mij. werkt, waarvan hij het volgende meedeelt:
1. paarden verzekerd van f 100 tot en met f 200, aantal 37 pct., verz. waarde 21 pct.; 
2. paarden verz. van f 201 tot f 400, aantal 44 pct., verz. waarde 48 pct.;
3. paarden verz. van f 400 tot f 600, aantal 19 pct., verz. waarde 31 pct.

Premie:
1ste rubriek per jaar en per f 100 verz. waarde f 2.16,
2de rubriek per jaar en per f 100 verz. waarde f 0.95,
3de rubriek per jaar en per f 100 verz. waarde f 0.51.

De premie geldt over de 4 jaren door elkaar genomen f 100 en f 600 zijn cijfers waarboven en beneden niet verzekerd mag worden. 

Uit dit overzicht mag men dus vrij zeker aannemen dat paarden van hoogere waarde minder sterftekans hebben dan die van lagere waarde, daar paarden beneden f 100 in deze Mij. niet eens verz. worden.

___________________________________________________________

Terug naar Onderlinge Paardenverzekering Leens