Menu +

Brief 29-07-1839 Willem Beukma

___________________________________________________________

M. Sijtsma Baflo

Fairfield township, Tippecanoe county, State of Indiana, in the United States of North America, the 29th of July 1839

Waarde Neef !

Gij zult toch ook wel eenige letters van mij verwagten, vooral daar de gelegenheid om ze u te laten toekomen thans zoo goed is; op de verzending welke op eenig ander manier geschiedt kan men toch niet meer dan half rekenend, want wederom is er een door u aan ons gezonden paket brieven verloren geraakt.
Jan IJsebrand Hoeksema van der Veen kwam bij ons aan den 29sten Junij op een Zaturdagavond. Het was waarlijk eene blijde verrassing voor ons nog eens weder een Groningerlander te zien, Zeg ! waarom deed gij dit toertje niet met hem? Ik zou u bijna betigten met iets hetwelk mij zoo vaak aan de neus gehangen is, men zei altijd: je bent een raren stuggen ezel van een jongen en hebt de brui van ’t uitgaan!
Ook de brieven welke van der Veen medebragt waren ons hoogstaangenaam; evenwel moest het wel wederom al onze vreugde wegnemen of in eene smartelijke aandoening veranderen, als wij uit dezelve vernamen dat wederom twee leden onzer familie, ons naar de eeuwigheid waren voor gesneld. Waarde nicht Bouwina ! ook Gij moest reeds uit uw tijdelijk bestaan worden weggerukt ! Van het kindje van Bouwina was ons nog niets bekend; wij vernamen dus de tijding van deszelfs geboorte en overlijden op den zelfden tijd. Welk eene aandoenlijke herinnering is het, bij ons vertrek van U, van zoo velen, en misschien van allen onzer geliefde familie en vriendenkring, voor altijd afscheid te hebben genomen ! ten minste zoo niet sommige van U de een of andermaal besluiten om naar hier over te komen, zal het vrij onzeker zijn dat wij ooit weder van onze dierbare overzeesche betrekkingen komen te zien. Slechts dengenen, die de verkeering met zijne vrienden moet missen, beseft welk eene groote berooving van aardsch geluk dit is.
Wij zijn thans allen gezond, behalve eenige uitslag die wij hebben, zekerlijk veroorzaakt door het buitengewoon warme weder; de thermometer klimt somtijds tot boven 96 graden (Fahrenheit), dan blijven wij somtijds op het heetste der dag een uur of twee drie in huis, en dezen tijd besteed ik nu om eenige regels aan u te schrijven. Wij hebben dezen week onze twee à drie acre haver gesneden, gebonden en gehokt, waarmede van der Veen ons dapper geholpen heeft; het was een zeer goed gewas, en moet zeker wel opleveren; ook onze overige veldvruchten staan zeer goed; hoewel dezelve op sommige plaatsen, zoo men zegt op de Grand prairi, door de droogte beginnen te lijden. Ik ben voor eenige dagen naar een verwer in Lafayette geweest, om te probeeren of ik mij bij hem zou kunnen besteeden om zijne kunst (voor zoo verre hij die zelve verstaat) van hem leeren, en vervolgens hem in zijn werk te helpen. Hij wilde mij wel aannemen voor twee jaren en wilde mij benevens kost en inwoning, 40 dollar in het jaar geven, doch Vader dacht dat het beter voor mij zoude zijn voor een jaar anderhalf, of twee, naar Groningerland terug te gaan en mij daar bij een goed schilder en verwer, b.v. bij Aikes, te besteeden; ik geloof ook dat dit een zeer goed plan zoude zijn, en mij zou het niet aan de lust daartoe ontbreken, doch geloof eigenlijk dat er van het een zoo min als het ander zal gebeuren!
Ik wil u ook toch nog eenig nieuws schrijven waar misschien niet door de anderen aan word gedagt, daar het in dit land juist niet voor nieuws kan doorgaan. Er zitten thans twee gevangen te Lafayette om hun vonnis af te wagten, welke zich beide aan moord hebben schuldig gemaakt; den eenen, die in West-Lafayette woonde, heeft in dit voorjaar zijn eigen vrouw zoodanig geschopt en geslagen, dat zij er dien zelfsten dag aan is overleden; den anderen, die in een plaatsje, genaamd Concord eenige mijlen beneden Lafayette woonde, heeft aldaar iemand met een plankje doodgeslagen, op het feest van den 4den Julij (feest der onafhankelijkheid), uit oorzaak van staatkundige partijzugt. Nog een vrouw zit er gevangen te Crowfordsville, de hoofdplaats der aangrenzende county Montgomery; deze had haren man met de bijl de hersenpan gekloofd, nadat zij slecht drie weken met hem getrouwd was geweest. Wat zegt gij van zulke barbaarschheden? Zou men bijna denken dat men van de naburige indianen minder te vreezen ! zoude hebben dan van deze blanke eurpeaansche afstammelingen die toch aanspraak maken op de eer als zij meerder beschaafddheid hadden?
Nu zal ik u nog iets moeten schrijven tot antwoord op uwe vraag: “hoe schijnen u de amerikaansche meisjes toe? gij begint er ja vast al aan te denken” Hoe kan het u zoo in het hoofd schieten om ons zulke dingen aan te tijgen? Moet het ons niet op de sterkste verdenking brengen dat gij uw hoofd verder met zulke zaken verward? Gij als een lid der Maatschappij om het nut van het algemeen te bevorderen, enz. enz. moest u immers niet aan zulke dingen storen? Ik voor mijzal u ook slechts ten halve op deze uwe vraag kunnen dienen. Ik heb nu en dan wel eens opgemerkt dat vele meisjes zoowel als oudere vrouwen stevig stevig hun smeugeltje gebruiken en rooken dat hun het hoofd steeds in de wolken steekt, hetwelk mij nog altijd eene afschuwelijke gewoonte toeschijnt; doch ik geloof ook toch dat dit werk meerendeels aan de gemeenere klasse toebehoort.
En moei ons nu met dergelijke vragen niet meer; want wij leven eerzaam in onze tent voort, en zullen van lieverlede nog verwilderen (evenals sommige menschen bij u dagten toen wij van daar vertrokken), zoo gij niet bewerktstelligt dat er nu en dan eenige Groningerlanders overkomen die ons wederom eenige mate kunnen temmen en ons tot onze zinnen te doen terug komen. Denk eens welk een vooruitzigt! Laat dit punt steeds uwe aandacht waardig zijn; wendtuwe gedachten af van de meisjes en doe liever iets tot nut van ’t algemeen of tot nut van uwe amerikaansche vrienden!!
Na de verzekering van mijne hartelijke genegenheid voor U en voor allen van Uw waard huisgezin, ben ik Uwe veel aan U denkende neef
Willem Beukam Kz.

Nb. Ons huis is nog niet opgerigt; Oom Dijkhuis gelieve mij daarom van mijne onvoldane belofte te verschonen.

___________________________________________________________

Jan IJzebrand Hoeksema van der Veen, landbouwer, * 23-10-1817 Groningen x 19-06-1841 Ten Boer Gezina Berents van der Schans, * Wittewierum
Bruidegom 23 bruid 28 jaar

Kinderen: 
1. Udonia (Jans) van der Veen, * 13-02-1841 Ten Post, + 19-10-1841 Ten Post, 8 maanden
Aangever geboorte Udonia: Jan IJsbrand Hoeksema van der Veen, 23 jaar, geen beroep, wonende Ten Post [] van welk kind in onecht geboren, de Comparant Jan IJsbrand Hoeksema van der Veen bovengenoemd, verklaart vader te zijn en hetzelve als zoodanig te erkennen, zijnde moeder van hetzelve Gezina Berents van der Schans, zonder beroep, wonende te Ten Post []
In de geboorte is in de marge aangetekend: Huwelijks-acte van den twintig Junij achttienhonderdeenenveertig in het huwelijksregister van deze gemeente over genoemd jaar [] is het kind [] bij deze acte in dit geboorte-register ingeschreven deszelfs ouders Jan IJsbrand Hoeksema van der Veen en Gezina Berents van der Schans voor echt erkend.

2. Udonia Henderika (Jans) van der Veen, * 04-03-1842 Ten Boer

3. Berend Jan (Jans) van der Veen, * 25-10-1843 Lellens
4. Pieter Willem (Jans) van der Veen, * 03-12-1844 Lellens
Ouders bruidegom: Pieter Willem van der Veen, koopman, winkelier x Udonia Henderika Jacoba Hoeksema
Ouders bruid: Berent Jans van der Schans x Anna Jans, daglonersche

Hij had 1 zuster: 
Allegonda Froukéa Agatha van der Veen, 12-12-1821 Groningen x 15-07-1840 Groningen Jacob Roeters van Lennep, fabrijkant, * 15-06-1815 Almelo

___________________________________________________________

Brieven Klaas Jans Beukma en zonen Jan, Kornelis, Willem Beukma en schoondochter Hillechien Beuckma