Menu +

Klokkengieter Herman

______________________________________________________________

Bron: Friesche Klokke-Opschriften door G.H. van Borssum Waalkes, Leeuwarden 1885

 

G.H. van Borssum Waalkes schrijft in zijn inleiding:

Klokken en klokke-opschriften behooren toch tot de monumentale bronnen der geschiedenis.
Zij bewaren ons eene menigte namen van vroegere geestelijken, edelen, predikanten, klokkegieters en andere  personen.
Zij herinneren ons ons kerkelijke legenden en geschiedkundige gebeurtenissen.
Zij wekken ons op tot somberen ernst 1) of ook wel tot vermakelijk lachen.
Zij doen ons stil staan bij kerkelijke gebruiken en ernstige gebeden.
Zij toonen ons godsdienstigen eerbied en menschelijke dwaasheid en ijdelheid.
Zij brengen ons in het midden van den ouden tijd, en houden ons wederom gezelschap tot den tegenwoordige.
Zij maken ons bekend met geen kleine kunst en vervullen ons met eerbied voor eene menigte kunstenaars in hun vak.
Zij leeren ons talrijke Heiligen kennen der Catholieke kerk, en niet het minst Maria, de meest geëerde van allen.
Maar zij doen ons ook althans iets gevoelen van den geestelijken nood van het einde der 15de en het begin der 16de eeuw.
Zij toonen ons de verandering door de Hervorming aangebracht, en doen ons somtijds diep gevoelen, dat de Hervorming wel begonnen, maar op lange na nog niet voleindigd was of is.
Maar zij mogen voor zich zich zelven spreken. 

______________________________________________________________

Hij geeft voor Herman de volgende klokken op:

1478 Eppenhuizen (Schagen), 1482 Beets (in Opsterland) en Zuurdijk, 1494 Oenkerk.
De klok van Ulrum wordt door hem vermeld zonder de naam van Herman

______________________________________________________________

Ulrum. Goth. letters: »Defunctos + plango + vivos + voco + vulgura + frango + vox + mea + vox + vitae + voto + vos(ad) + sabra + venite.”
D. i.: ik betreur de dooden. roep de levenden, verbreek de bliksems. Mijne stem is de stem des levens, ik roep u tot het heilige, komt!
Nav. II: 281.

______________________________________________________________

Schagen (1478). Eene der drie klokken in den toren der R. Cath. kerk aldaar is, volgens den Heer van Bergen , die haar daar leverde , 320
Kilo zwaar , en van Eppenhuizen afkomstig. Zij heeft in twee regels onder elkander het volgende randschrift:

,,Kerckher folkardus + ende ipo Kerckvoghede + wec herman + mi gote + haet dus Vartoldus Veuntick + maria ick + heite de + van espinghehusen + leten + mi gheten anno  + dm + M + CCCC+LXXVIII.”

Op onderscheidene plaatsen staan beeldjes van Heiligen tussen deze woorden in, die echter, omdat zij zoo uitgesleten zijn, niet meer te herkennen zijn.
Tegen den voet der klok staat in het midden onder het begin van het opschrift een schoon St. Nicolaas-beeld (21 centim. hoog) met heiligen-krans. waarin de woorden sancte nicolae zijn aangebracht.
Aan den anderen kant, dus onder het laatste deel van het opschrift, is een Maria-beeld , met de woorden ave maria gr. in den heiligenkrans.
Aan ieder zijde dier beelden staat op den grond een uiterst fijn opgegoten, nauw zichtbaar, boompje.
Volgens vriendelijke en nauwkeurige opgave van den Heer Chr. Philippona, deken en pastoor te Schagen.

De volgende gissingen waag ik: wee is verkort voor wesende; dus voor dominus; Veuntick, welk woord niet goed gelezen ronde worden, zal de verdere naam zijn van Heer Vartoldus ; en dan lees ik het gansche opschrift als volgt, en plaats een streepje , waar volgens de opgave, heiligen-beelden staan :

Kerkher

maria
folkardus

ick heite
ende imo

de van
Kerkckvoghede

espinghehusen
wesende

leten mi
herman mi

gheten
goten haet

anno domini
dominus Vartolus

M CCCC
Veuntick

LXXVIII
______________________________________________________________

Beets in Opsterland (1482). Op de kleine klok aldaar is een randschrift in twee regels. De bovenste is in klein, de onderste in groot Gothisch schrift daargesteld. Tussen de woorden van deze regels staan tien fraaie beelden van Apostelen, op de plaatsen waar ik nu streepjes heb gesteld.

Het is dus :

heer iohas

anno
hermans

dm. M
kerckher. gelf

CCCCLXXXII
hepkens

maria

wygle bruns

bin ick
cycke sywers

gheheten
vogheden
beetce
weren her

leiten
man

mi
mi goet +

gheten

De beelden zijn:
1. Petrus met den sleutel; 2. Bartolomeus met het mes; 3. Thomas met de lans of winkelhaak; 4. Andreas met het liggend kruis;
5. Mattheus met de hellebaard en beurs; 6. Johannes met de kelk; 7. Jacobus de oudere met de pelgrimsstaf en hoed; 8. Philippus met de kruisstaf;
9. Paulus met het zwaard; 10. Jacobus de jongere met den weversboom.

Voorts is aan de eene zijde eene afbeelding van Jesus aan het kruis. De letters I N R I (Jesus Nazarenus Rex Judeorum, Jes. de Naz. de koning der Joden) staan boven het hoofd van het Christusbeeld. Maria en Johannes staan aan weerszijden van het kruis. Aan de drie uiteinden van het kruis zijn figuren aangebracht, die misschien klaverbladen zullen voorstellen. (Zie Otte, Handb. d. K. kunstarcheologie I, s. 152.)
Aan de andere zijde staat een Maria-beeld met het kind op den arm en een kruis in de hand, en het omschrift rondom het hoofd “Ave Maria Gracia
Aan de rechterzijde van Maria staat een beeld van Antonius, en aan de linker van Gertruda, de patrones van de kerk te Beets. Zie PI. IV. Zie over de beelden in het randschrift Alt die Heiligenbilden, s. 96—98 en Otte a. w. I , s. 558—561.

______________________________________________________________

Uit hetzelfde jaar (1482)  is ook de klok te Zuurdijk  in Groningen met het opschrift:

»Her Hinrick kerckher woe to Ewer Bouke to Ewer. Herman meijnerssoen kerckvogheden weren. Herman mi goet. Anno dni MCCCCLXXXII. Maria bin ick gehete. Kerscpel to Surdike leite mi gete. Ave Maria Gracia.
S. Kunbertus.”

Volgens vriendelijke opgave van Ds. A. Bouma te Beetsterzwaag, die mij ook eene fraaie afbeelding van het randschrift op de klok te Beets bezorgde.
Vergelijk hierbij het opschrift van Schagen van 1478.

______________________________________________________________

Oenkerk (1494) Men leest aldaar op de groote klok aan den boven-rand: »Maria bin ick gheheten, de gameghen Ounkerke leten mi gheten anno MCCCCXCIIII.”

Lager staan op beide zijden de volgende zeer nette afbeeldingen: Maria met het kind Jesus. Om haar hoofd het omschrift »ave Maria Grata“.
En onder het beeld van Maria «Herman mi goten heft.”
Op de andere zijde staat afgebeeld Jesus aan het kruis hangende, en op het kruis de 3 letters i. n. r. (Jesus Nazarenus rex).
Johannes staat ter linker- en Maria ter rechterzijde.
Ds. Romein. Mss.

de gameghen Ounkerke: de inwoners van Oenkerk

______________________________________________________________

Terug naar Luidklok Maria