Menu +

KERK ZUURDIJK

 

______________________________________________________________

 

zuurdijk
Wellicht bent u verbaasd over het interieur van deze kerk, aangezien dit er ongetwijfeld anders uitziet dan de kerkvoogden uit de 19e eeuw voor ogen hebben gehad. En ook heel anders dan in de bouwtijd van de kerk. Gelukkig maar, anders had u nu niet de mogelijkheid gehad om even terug te
gaan in de tijd en de verschillende bouwvormen te herkennen.gaan in de tijd en de verschillende bouwvormen te herkennen.

Het uitgangspunt van de restauratie in 2001 was om alle oude bouwsporen die toen tevoorschijn kwamen, nadat ze waren verstopt geweest onder een laag pleisterwerk, in het zicht te laten. Op deze manier is te zien hoe de kerk er vroeger uit heeft gezien en welke bouwvormen in bepaalde periodes werden toegepast.

Geschiedenis
In 1987 werd het 700 jarig bestaan van Zuurdijk gevierd. Dit bestaan baseerde men op de eerste schriftelijke vermelding in het jaar 1287, toen de zee o.a. bij de Zuiderdijk het land binnendrong. Om de kerk van Zuurdijk te kunnen gebruiken voor ‘Zuurdijk 700’ moest er een noodrestauratie worden uitgevoerd, want de kalk viel van de tengel (betimmering tegen de muren, afgewerkt met stro en daarop kalk) die in de 19e eeuw was aangebracht om de slechte staat van de muren te camoufleren. Dit werk leverde een verrassing op; oude bouwsporen kwamen tevoorschijn die erop wezen dat de kerk oorspronkelijk uit drie overwelfde traveeën met een rechtgesloten koor had bestaan. Uit deze bouwwijze maakte men op dat de kerk, en dus het dorp, ongeveer 50 jaar ouder moesten zijn dan men oorspronkelijk dacht, dus uit het eerste deel van de 13e eeuw. Het feest had dus ‘Zuurdijk 750’ moeten heten! Dankzij de bouwsporen die men tijdens de restauratie ontdekte werd de kerk, die tot dan toe een kerkje van 13 in een dozijn was, ineens een stuk interessanter. Doordat de restauratie van de kerk over een lange tijd verspreid was kreeg men veel tijd (start 1981, afronding 2001, in 5 fasen) om na te denken over wat men hiermee wilde doen. Men stond voor de keuze de bouwsporen weer laten verdwijnen onder een laag pleisterwerk of ze in het zicht te houden. Gelukkig koos men voor dat laatste. De noordmuur (bij binnenkomst links) geeft het beste weer hoe de kerk is gebouwd. Hier zijn de restanten van de gewelven te zien. In het midden is één oud romaans raam zichtbaar, aan de rechterkant zit nog een raam dat helaas minder duidelijk te zien is. Ook is links in de muur, onder de orgeltribune, de vrouweningang te zien. In de oostmuur achter de preekstoel is nog een romaans venster zichtbaar. Dit venster was vroeger dichtgemetseld maar is tijdens de restauratie weer ‘open’ gemaakt. Deze muur telde hoogstwaarschijnlijk drie ramen die de Heilige Drieëenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest symboliseren. Doordat de ramen erg smal waren was de kerk bijzonder donker en scheen het meeste licht vanuit het oosten op het altaar. Voorstelbaar is hoe donker en mysterieus de kerk toen geweest moet zijn. Op de hoek van de oost- en de zuidmuur is de opbouw van een gewelf te zien. De aanzet van het gewelf kwam met de restauratie gaaf tevoorschijn en is in het zicht gehouden. Achter het gewelf bleek schoon, ongepleisterd metselwerk te zitten. Later zijn de gewelven afgebroken omdat de constructie niet sterk genoeg was en het gewicht ervan de muren uit elkaar drukte. De gewelven heeft men vervangen door steunbalken die het plafond dragen. Rechts naast de preekstoel, in de oostmuur, achter de herenbanken zit nog een piscina met delen van het originele zandstenen bekken. Dit is een wasplaats bestemd voor het altaarvaatwerk. Kelken en schalen die men vroeger op het altaar gebruikte werden hierin gewassen en het water vloeide door de muur naar buiten, opdat Gods water over Gods akker zou lopen. Links van de preekstoel, achter de herenbanken een deel van wat vermoedelijk een ingemetselde kast is geweest. Die werd wellicht gebruikt om het vaatwerk in op te bergen. In de zuidmuur zijn in de 17e eeuw drie gotische ramen ingemetseld. Dit is erg netjes gedaan. In de 19e eeuw wilden de kerkvoogden nog meer licht in de kerk. Vandaar dat in de oostmuur nog twee ‘gotische’ ramen zijn ingehakt. Deze zijn er duidelijk veel slordiger ingezet met behulp van scherven van dakpannen en ander sloopmateriaal. Toch leken deze twee ramen na afwerking op de drie in de zuidmuur. Door de wijze waarop de restauratie is uitgevoerd is het verschil duidelijk.

Meubilair
De kerk heeft een compleet maar zeer sober 19e eeuws interieur. Volgens de belastingarchieven is Zuurdijk aan het eind van de 18e en begin van de 19e eeuw het rijkste kerspel van Groningen en wellicht van Nederland geweest. Er woonden erg rijke boeren, waaronder M.A. Teenstra, die het Ruigezand heeft ingepolderd en voor veel vernieuwingen in de landbouw heeft gezorgd. Deze rijkdom is bepaald niet af te lezen aan het 19e eeuws interieur, het kan nauwelijks soberder. Hieraan is goed te zien dat de bevolking van Zuurdijk nooit erg kerkelijk geweest moet zijn en dus weinig over had voor de kerk. Hoezeer men op de penning was blijkt uit een offerte voor de vernieuwing van de vloer onder de banken. Het beste was deze van hout te maken wat 370 gulden zou gaan kosten, maar men kon ook kiezen voor een vloer van cement dat 360 gulden kostte. Het werd cement!
De avondmaalstafel stamt uit 1838 en is een geschenk geweest. Dit valt te lezen als het blad van het onderstel wordt gelicht. De banken stammen uit 1833 en werden gemaakt door Evert Hindriks uit Zuurdijk en geschonken aan de kerk door twee gemeenteleden. Oorspronkelijk had de kerk een gemetselde preekstoel. Deze is in 1786 door een houten exemplaar vervangen dat in 1849 weer is vervangen door de huidige preekstoel. Dit gebeurde tegelijk met het maken van de ramen in de oostmuur. In de kerk ligt een mooie zerkenvloer van leden van bekende Zuurdijkster boerengeslachten. De eerste grafsteen komt uit 1670 en de laatste uit 1834. De kerk heeft mooie avondmaalsbekers uit 1650 die we tot onze spijt niet in de kerk tentoonstellen kunnen omdat ze veilig zijn opgeborgen in een kluis in Groningen.

 

De kerk is in 1974 overgedragen aan de SOGK. Op de inventarislijst stond toen nog een doopvont. Dit is nooit gevonden. Wel staan er op de fotosite van de RUG, Kerk in beeld, 2 foto’s van het doopvont, genomen in 1970. Ra, ra, waar is het doopvont gebleven? Wie heeft een idee? We zouden het graag terugzien in de kerk.

doopvont buiten doopvont in kerk:1970

______________________________________________________________

Naar de luidklok “Maria” 

Naar de windvaan

Terug naar de welkomstpagina 

 

______________________________________________________________

Wilt u de kerk bezoeken, klik dan hier voor een beschrijving.

image