Menu +

G048 G049 Jannes Smit Harmanna Katharina van Zwol

 

G046 G047 (schoon)vader Gerardus Smit † 195,  (schoon)moeder Klazina Smit-Katsma † 1964

 

Jannes (Gerhardus) Smit, broodbakker, * 28-08-1898 Zuurdijk, † 02-03-1980, 81 jaar x 30-04-1925 Leens Harmanna Katharina (Jogchums) van Zwol, dagloner, * 24-09-1900 Leens, † 26-12-1959 Zuurdijk, 59 jaar

Was Smit bakker op 1e Nijhoezen?
Getuigen geboorteaangifte Jannes: Jacob ter Maat, 24 jaar, daglooner, wonende Zuurdijk
Bruidegom 26 en bruid 24 jaar
Ouders bruidegom: Gerhardus Smit, daglooner x Klazina Katsma | graf G046 G047
Ouders bruid: Jogchum van Zwol, daglooner, petroleumventer in 1925 x Martje Hoogheem
Aangever overlijden Harmanna: Remmert Schaap, 62 jaar, landarbeider, wonende Zuurdijk

g048 g049 smit zwol graf g048 g049 smit jannes g048 g049

 

Kinderen Smit-van Zwol ?:
Klazina Boekholt-Smit, * 02-1926 Zuurdijk
J. Smit
H. Smit


Terug naar Vak G
Terug naar huidig indeling 


Inbraak bij schoenmaker Siert Huizinga.

Verdacht werd de later vrijgesproken Abraham Pruis, zoon van Jacob Pruis en Renske Beintema (graf H087 H088)

 

Siert (Willems) Huizinga, schoenmaker, * 25-02-1896 Leens, † 14-07-1975, begraven te Leens

Siert was eerst schoenmaker op 2e Nijhoezen en later op Zuurdijk
Siert woonde bij zijn ouders in Leens
Hij had ene hazenlip en had als bijnaam “Siert Pik“, dit had te maken met het pekdraad voor de schoenen
Ouders: Willem Huizinga x Jantje van Dijk

 

 

NvhN 01-12-1934

Zuurdijk, 29 Nov. Woensdagavond ontdekte de schoenmaker S. H.[1], dat zijn ijzeren geldkistje (inhoudende 10 bankbiljetten van f 10 en 4 rijksdaalders) bleek gestolen te zijn uit een kast in zijn werkplaats, gedeeltelijk opgetrokken in een schuur van den bakker J. Smit[2].

Bij informatie bleek, dat S. H. al eens eerder werd bestolen. Door een vernuftige vinding van den eigenaar van het perceel wist men toen eens een paar jeugdige dieven te overrompelen.

Gelukkig voor hem heeft H. Vrijdag j.l. een belangrijk bedrag mee naar zijn ouderlijk huis gebracht. Een en ander wijst er op, dat er geen onbekenden aan het werk zijn geweest. Daar alles goed werd afgesloten, twijfelt men ook niet, dat de diefstal overdag heeft plaats gevonden.

 

NvhN 24-01-1935

DIEFSTAL VAN EEN GELDKISTJE TE ZUURDIJK DE VERDACHTE ONTKENT ALLE SCHULD.

De eerste getuige in deze zaak, de schoenmaker S. Huizinga uit Zuurdijk, legt geen bezwarend getuigenis af tegen den verdachte, den 26-jarigen arbeider Abraham P.[3] te Zuurdijk, thans gedetineerd, die zich heeft te verantwoorden wegens diefstal van een geldkistje uit de woning van Huizinga. De getuige zegt, dat hij verdachte er niet van verdenkt en dat hij hem nog nooit op een oneerlijkheid heeft betrapt. Huizinga had 24 November j.l. een aantal jongelui op bezoek, enkele dagen later miste hij het geldkistje, waarin tien biljetten van tien gulden, waaronder één nieuw, en wat zilvergeld zaten. Tevoren was hij al een sleuteltje van het kistje kwijtgeraakt. Verdachte ontkent ook maar op eenige wijze een aandeel te hebben gehad in deze zaak. Zeven jaar geleden heeft hij in dezelfde woning ingebroken, daarvoor heeft hij zijn straf gehad. De veldwachter H. Siemeling heeft verdachte gefouilleerd. Uit zijn linkersok kwamen drie bankbiljetten van f 10.-. waaronder een nieuw, en een betaalde rekening, te voorschijn. Verdachte kan dit verklaren. Hij had, voordat hij naar de politie ging, zijn geld op deze wijze verstopt, omdat hij niet wilde, dat er zooveel op hem zou worden gevonden. Dit zou verdenking tegen hem wekken en dat wilde hij tot eiken prijs voorkomen, omdat hij absoluut onschuldig was. De verschillende uitgaven, die verdachte heeft gedaan, zijn nagegaan. Hij heeft gedurende den zomer goed verdiend.

PRESIDENT: – U hebt ook een saxofoon gekocht voor f 150. Hebt u die zelf betaald? VERDACHTE: – Neen, m’n moeder heeft ook wat voorgeschoten.

PRESIDENT: – En heb je dat terugbetaald?

VERDACHTE: – Nee.

PRESIDENT: – Waarom deed je dat niet, je verdiende immers goed.

VERDACHTE: – Daar is niet over gesproken.

PRESIDENT: – Er bestaat toch zooiets als eergevoel?

Tenslotte wordt nog de smid T. Munting[4] gehoord over de betalingen, die verdachte op 30 November bij hem deed voor autoritten en fietsreparatie.

Mr. Breukelaar, de verdediger, heeft enkele getuigen a décharge gedagvaard.

Mej. Smits heeft op 24 November, nadat Huizinga al was weggegaan, gestommel in de werkplaats gehoord. Huizinga had omstreeks vijf uur zijn woning verlaten. Een achternichtje van verdachte ging toen juist even naar mej. Smits[5] toe, zij zag een man, dien zij niet heeft herkend, bij de werkplaats hard wegloopen. Getuige Van der Steeg[6] was met verdachte bij den landbouwer Bos[7] werkzaam. Hij heeft gezien, dat verdachte in den herfst een nieuw bankbiljet uitbetaald kreeg. In den avond van 24 November heeft getuige nog met hem een autorit gemaakt. Verdachte was toen heelemaal niet zenuwachtig, zij hebben ook zeer weinig uitgegeven, ongeveer 80 cents. Dan komt de vader van verdachte verklaren, dat verdachte van half vijf tot zeven de huiskamer, dus de ouderlijke woning niet heeft verlaten.

 

De moeder[8] verklaart, dat zij niet wist, hoeveel haar zoon verdiende. Zij krijgt daarvoor van den President een uitbrander, mede voor het leenen van f 50 voor de saxofoon, terwijl hij voldoende geld verdiende. Verder verklaart getuige, dat haar zoon na 24 November geen nieuwe kleeren heeft gekocht.

Verdachte houdt zijn onschuld vol.

 

Het requisitoir.

De officier van Justitie, mr. Meindersma verschilt van meening met verdachte over de schuldvraag. Spr. Is er van overtuigd, dat verdachte wel de dader is. Hij heeft na den diefstal een zeer zonderlinge houding aangenomen. Toen de veldwachter hem ondervroeg, gaf hij zeer onhebbelijke en ontwijkende antwoorden. De autoritten hebben hem veel geld gekost, dit kon hij van zijn loon niet betalen. Het verstoppen van de bankbiljetten en vooral de rekening in de sok is ook zeer eigenaardig. Al is het bewijsmateriaal niet sterk, toch durft spr. den verd. voor veroordeling voordragen. De Officier vraagt 6 maanden gevangenisstraf.

De verdediger aan het woord.

Mr. Breukelaar wijst er op, dat de verdediging zeer zelden de hoop koestert, dat een requisitoir tot vrijspraak zal concludeeren. Dezen keer hap pl. dit echter, na het lezen der stukken, stellig verwacht. Het heeft hem verdachte gegriefd, dat hij is gedetineerd om het feit, dat hij vroeger eens heeft gepleegd, doch waarvoor hij altijd zeer bang is. Het is een publiek geheim in het dorp, waar Huizinga zijn geld bewaart. Alle jongens van het dorp komen in hun vrijen tijd in de schoenmakersplaats samen, zij sjoelen en praten daar gezellig. Anderen kwamen dus evengoed in aanmerking. De houding van verdachte was vreemd. Doch zij is psychisch te verklaren, evenals het meenemen van het geld, toen hij vrijwillig naar de politie ging. Hij wist, dat hij werd verdacht, hij wilde niet worden opgehaald en ging daarom uit zichzelf naar de politie. Dien dag daarvoor was er huiszoeking gedaan, verdachte was er niet. De politie zou terugkomen, en daarom wilde hij, verdachte, zijn geld niet thuis laten. Verder wijst pl. uitvoering aan de hand van het tijdstip van den diefstal op de onmogelijkheid, dat verdachte de schuldige was. Immers verdachte zat thuis op het oogenblik, dat er gestommel in de werkplaats is gehoord en een man is gezien.

Verdachte’s uitgaven, waren niet hoog. Het is zeer aannemelijk, dat hij van zijn verdiensten in November nog zooveel geld had overgehouden, dat hij enkele rekeningen kon betalen.

Pl. acht het bewijs in het geheel niet geleverd. Integendeel pl. heeft aangetoond, dat verdachte onmogelijk de schuldige kan zijn geweest. Mr. Breukelaar vraagt tenslotte vrijspraak

De President laat den smid Munting verklaren over de wijze, waarop het kistje, dat hij in een sloot is teruggevonden, is opengebroken.

Verdachte volhardt bij zijn onschuld.

 

NvhN 31-01-1935

Uitspraken

Diefstal van een geldkistje te Zuurdijk

De verdachte vrijgesproken.

Een verre van gemakkelijke zaak trof de rechtbank te Groningen vorigen Donderdag in de behandeling van den diefstal van een geldkistje, inhoudende ruim f 100, uit de woning van den schoenmaker S. Huizinga te Zuurdijk. De verdachte, de 26-jarige arbeider Abraham P., te Zuurdijk, gedetineerd, had, zooals vaker voorkomt, met een aantal jongens den middag van 24 November in de werkplaats van Huizinga doorgebracht. Enkele dagen later miste deze het kistje, dat in een kast stond waarvan hij eenigen tijd tevoren de sleutel was kwijtgeraakt. Het kistje werd in een sloot teruggevonden.

Verdachte ontkende eenig aandeel in dezen diefstal te hebben gehad.

De veldwachter H. Siemeling heeft verdachte gefouilleerd, waarbij hij op hem vond drie bankbiljetten van f 10, waaronder één nieuw en een betaalde rekening, die verdachte alle in zijn sok had gestopt. Het kistje bevatten tien bankbiljeten van f 10, daarbij was één nieuw biljet.

Verdachte verklaarde het verstoppen van zijn geld uit zijn vrees, dat men hem zou verdenken van den diefstal, wanneer men geld op hem zou vinden.

Huizinga, die als getuige optrad, verklaarde, dat hij verdachte niet van het vergrijp verdenkt en dat hij hem nog nooit op een oneerlijkheid heeft betrapt. De smid T. Munting werd gehoord over betaling van autoritten, welke verdachte na het tijdstip van den diefstal heeft gedaan.

De verdediging had enkele getuigen à décharge gedagvaard, van wie de vader van verdachte wel zeer positief was. Hij verklaarde, dat zijn zoon op het tijdstip, dat de diefstal moet zijn gepleegd – de verdediger bepaalde dit met andere getuigen à décharge – thuis zat.

De Off. Van Justitie, mr Meindersma, oordeelde, dat ’t bewijs, hoewel hij dit niet sterk achtte, geleverd door de zonderlinge houding, die de verdachte tegenover de politie tijdens haar onderzoek heeft aangenomen door zijn betalingen na 24 november en het verbergen van zijn geld en een betaalde rekening in zijn sok. Op grond daarvan eischte de Officier tegen P. een gevangensistraf van 6 maanden.

De verdediger mr. Breukelaar, achtte het bewijs in het geheel niet geleverd. Pl. meende integendeel te hebben aangetoond, dat verdachte onmogelijk de dader kan zijn geweest en concludeerde tot vrijspraak.

De Rechtbank, hedenochtend uitspraak doende, achtte het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte hiervan vrij met onmiddellijke opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

 

 

NvhN 01-03-1928

Diefstal subs poging tot diefstal.

Op Zondagavond 18 December j.l. was het echtpaar Smit te Zuurdijk op visite bij kennissen. De zoon van deze kennissen Abraham G.[9], 19 jaar, landarbeider te Zuurdijk, zag hierdoor de kans schoon om eens in het nu verlaten huis van Smit te kijken of er in de winkel nog iets van zijn gading was. Hij vond de winkeldeur gesloten, maar hij maakte deze open met zijn eigen huissleutel. Toen P. echter bezig was, bij de chocoladereepjes en cocoskransjes, iets uit te zoeken, hoorde hij gerucht. Hij liet zijn buit in den steek en vluchtte naar de bakkerij. Het was de vrouw van Smit, die even kwam kijken of het kind nog rustig sliep.

Verdachte beweert, dat hij van de begeerte lekkernijen niets heeft weggenomen. Hij werd verrast voordat hij iets had kunnen buitmaken.

De officier deelt mede, dat deze verdachte slechts zelden zich met geregeld werk bezig houdt en vaak maar zoo’n beetje bij zijn ouders huis rondklungelt. Het rapport der reclasseering toont zich vrij mild ten opzichte van verdachte, doch spr. vindt geen aanleiding hierin mee te gaan. De primair ten laste gelegde diefstal acht spr. niet voldoende bewezen, zoodat hij veroordeling vordert wegens poging tot diefstal. De eisch luidt 3 maanden gevangenisstraf .

De verdediger mr. Bock meent dat verd. meer uit landerigheid en verveling dan uit misdadigheid tot zijn vergrijp is gekomen. Hij acht de eisch dan ook te zwaar en dringt op voorwaardelijke veroordeling aan.

Uitspraak over 8 dagen.

[1] Siert Huizinga. Bijgenaamd Siert Pik. Hij had een hazelip.

[2] Jannes Smit.

[3] Abraham Pruis

[4] Tamme Munting

[5] Harmanna Katarina van Zwol, echtgenote van bakker J. Smit

[6] Lammert van der Steeg?

[7] Jan Jacob Bos, landbouwer op Pollux

[8] Renske Pruis-Beintema

 

[9] Wellicht een zetfout in de krant? Zou Abraham Pruis bedoelt zijn.

 


Terug naar Vak G
Terug naar huidig indeling