Menu +

D027 D028 Jan der Kamp (1945) Johanna Hendrika Wevers (1980)

in bewerking

______________________________________________________________

C019 C020 grootouders Derk van der Kamp (1908) Aaltje van Holten (1901)
D017 D018 ouders Jan van der Kamp (1940) Dertje Borgers (1956)
D036 D037 broer Harmannus van der Kamp (1964) Harmiena Pieterdiena Hendriks (1969)

______________________________________________________________

Jan (Jans) van der Kamp, zetboer, hotelier, * 25-06-1893 Ewer, Zuurdijk, des nachts 3 uur, † 18-03-1945 Groningen, ziekenhuis, 5 uur, 51 jaar x 04-08-1917 Hengelo (O) Johanna Henderika (Jans) Wevers, * 28-10-1894 Hengelo (O), † 16-03-1980 Ulrum

Getuigen geboorteaangifte Jan: Adolf Schaap, 49 jaar, dagloner, wonende Zuurdijk en Luitje Doorenbos, 26 jaar, gemeentebode, wonende Wehe
Bruidegom 24 bruid 22 jaar 
Ouders Johanna: Jan Hendrik Wevers, landbouwer x Geesken Averbeek of Overbeek 
Zij woonden vanaf 1918 op Vlakkeriet; daarna in Marum waar zij het hotel Kruisweg te Marum bestierden; daarna weer terug naar Vlakkeriet

 

   
Grafsteenhouwer: Klaas de Vries, Buitenpost

 

______________________________________________________________

   Boerderij “Vlakkeriet” 
Foto 1939 boerderij “Vlakkeriet”: van links naar rechts:
Zoon Jan Hendrik van der Kamp, vader Jan van der Kamp, moeder Johanna Hendrika Wevers, zoon Anco Jan van der Kanp

______________________________________________________________

Jan van der Kamp was zetboer op de boerderij “Vlakkeriet”, gelegen schuin tegenover de boerderij Kooyenburg, aan de ander kant van het Houwerzijlsterdiep.
Voor eigen rekening en risico hield hij varkens. In 1933 behaalde hij een 3e prijs op de fokdag, tezamen met Djurre Siccama van Kooyenburg.
Ook was hij kerkvoogd.

  
 Jan van der Kamp voert de varkens

______________________________________________________________
27-10-1922 NvhN
NvhN 30-10-1943
NvhN 29-03-1947

 

Kinderen Jan van der Kamp en Johanna Henderika Wevers:

1. Jan Hendrik van der Kamp, * 1920 Vlakkeriet

2. Anco Jan van der Kamp, * 18-10-1927 Marum

______________________________________________________________

Brand boerderij “Kooyenburg” 

Toen Jan van der Kamp in 1922 doorkreeg dat de boerderij Kooyenpurg in brand stond rende hij daar naartoe en met zijn vader maakte hij de paarden los en dreef ze naar buiten.
Die echter draaiden echter weer om en renden de brandende boerderij weer in en kwamen alsnog om.
Tot verbazing, verdriet en ergernis van Jan is dit nergens vermeld in de kranten, de proces-verbalen en de overige stukken van de rechtbank en het gerechtshof.
Zijn hele leven kon hij het beeld van de naar het vuur rennende paarden niet van zijn netvlies krijgen.

De 4 kinderen van Djurre Siccama en Jantine Toxopeus werden die nacht liefdevol opgenomen door het echtpaar Jan en Johanna van der Kamp-Wevers.

Nadat de brand geblust was ging zijn echtgenote, Johanna Henderika  Wevers, door de smeulende puinhopen naar de inpandige woning van haar schoonouders.
Daar bijna aangekomen viel achter haar de nog staande muur plotseling om. Dit was een geluk bij een ongeluk!

Nader onderzoek 09-11-1922:

4e Divisie
Koninklijke Marechaussee
Brigade Wehe
No 116.

Proces van nader onderzoek van een plaats gehad hebbende brand
 Op verzoek van den Heer Burgemeester der gemeente Leens en in verband met een plaats gehad hebbende brand waarbij de kapitale boerderij, bewoond door Djurre Siccama, tusschen de dorpen Zuurdijk en Leens ingemelde gemeente in den nacht van 2 op 3 November jl is afgebrand, is door ons Hendrik Hollander, opperwachtmeester, commandant van bovengemelde brigade en Derk Modderman, rijksveldwachter wonende te Leens een nader onderzoek ingesteld, omdat aan brandstichting en diefstal door voornoemden Heer Siccama wordt gedacht. Op den vijfden November 1900 en twee en twintig, zijn door ons ter zake gehoord.
[]

30 Jan van der Kamp, 29 jaar, arbeider, wonende te Vlakkeriet, gemeente Ulrum, verklaart:

“Vrijdag voormiddag, hoe laat was weet ik niet precies, 3 November jl. zag ik op de plaats in de eetkamer, alwaar een buffet had gestaan iets schitteren, gelijkende op gesmolten zilver of tin. Ik heb die stukjes metaal er uit gehaald en den Heer Siccama ter hand gesteld. Het was echter een geringe hoeveelheid. Ik heb verder niet gezocht in bedoelde eetkamer en in het puin niet geroerd.”

______________________________________________________________

Terug naar Vak D
Terug naar huidige indeling begraafplaats