Menu +

1945 Zuurdijk inneming bunker Electraweg door Canadese militairen

 

In het boek: Houwerzijl, een dorp in De Marne (1997) staat deze foto afgebeeld:

 


Vooraan van links naar rechts:
Jacob de Waard, landbouwer op Hayemaheerd (Ewer, Zuurdijk)
Jan Stoutmeijer, huisschilder te Zoutkamp.
Dirk Postma, visser te Zoutkamp, broer van Gaele Postma. Bij een bombardement zonk het schip van Dirk en Gaele Postma. De naar zijn grootvader vernoemde kleinzoon Gaele Postma heeft thans aan de Reitdiepskade 16 een vishandel annex vis- en palingrokerij.
De man met kind staande naast de soldaat was waarschijnlijk Luitje Lap, Hij woonde op het boerderijtje Hunzezicht aan de Electraweg.
Op de achtergrond de boerderijen: links ‘t Gansehuis en rechts Nieuw Ewer.

Op bladzijde 170 van het boek staat het volgende vermeld:

De bevrijding 

Op Zondag 15 april 1945 kwam dan de bevrijding. De Canadezen waren van de Friese kant Zoutkamp binnengerukt. Na enkele salvo’s richting de vishal over het Reitdiep, gaven de Duitsers zich over. Ze werden verzameld aan de rand van de kade naast de vishal. Velen uit Houwerzijl waren zo snel ze konden naar Zoutkamp gegaan om de Canadezen met eigen ogen te zien. Het waren forse kerels in tankoverall’s met heel veel zakken en ze reden in geweldige pantserwagens. Ze droegen allemaal machinepistolen en waren erg oplettend. Ze roken sterk naar benzine en sigaretten, langzamerhand onbekende geuren. Ze doorzochtten de bagage van de Duitsers op pistolen, sieraden, geld en polshorloges. Sommigen hadden aan elke arm wel 5 horloges. Wanneer ze tabak aantroffen gooiden ze die tussen de verzamelde menigte. Enkele pantserwagens gingen met een gids voorop naar Houwerzijl, om de Duitsers uit de bunker te halen. Na een salvo bij het begin van de Electraweg, werd vanaf de bunker de witte vlag gehesen. De Canadezen reden langzaam richting bunker. De Duitsers waren intussen achter langs de dijk naar de weg gelopen, hadden hun geweren onklaar gemaakt en gaven zich over. Na een korte inspectie van de bunker, waar ze het een en ander zullen hebben gevonden wat van hun gading was, lieten de Canadezen de bunker verder voor het was. De bunker werd in enkele ren door dorpsbewoners helemaal leeg gehaald. Liefhebbers genoeg. Met de Duitsers op de pantserwagens reden de Canadezen door Houwerzijl richting Zoutkamp. Zo verdwenen de Duitsers uit het gezicht. Toen pas konden we het geloven, dat het voorbij was en gingen de vlaggen uit. De onderduikers kwamen te voorschijn. Iedereen was geweldig opgelucht en blij.
De volgende dagen waren ook spannend. De N.S.B.-ers werden opgehaald en opgesloten in het station te Ulrum. De B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) nam het gezag  over.

Op de website zoutkamp.net staat het volgende:

Bevrijding door de Canadezen

Op zondag 22 april kwamen de Canadezen Zoutkamp bevrijden. Van de Friese kant kwamen ze. Tegen 11.30 uur zag Van der Zee van café Het Hoekje met z’n verrekijker de Canadezen aankomen over de Nittersweg. De Canadezen schoten een paar keer richting de haven van Zoutkamp – waarbij er nog een kogel insloeg in het huis van K. Abbas aan de Havenstraat – en de Duitsers vluchtten naar het haventerrein. Jan Stoutmeijer en Jan Visser konden Engels, dus die begroetten de bevrijders bij de brug en wezen de weg naar het haventerrein. Daar werden de Duitsers gevangen genomen; die boden geen enkele weerstand. Jongens uit Zoutkamp gingen nog mee met een groep Canadezen om een Duitse post tussen Electra en Houwerzijl uit te schakelen. Ook daar ondervonden de Canadezen geen enkele weerstand. Een stel oudere Duitsers bemanden de post en die waren maar al te blij dat de oorlog voorbij was.

Na die acties trokken de bevrijders weer verder. En toen was er een gezagsvacuüm. Prompt was er een aantal mannen die zich opwierpen als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.). Ze hadden geweren die achtergelaten waren door de Duitsers. Ook waren er bij die zich andere zaken van de Duitsers toeëigenden, zoals radio’s, die ze zelf mee naar huis namen. Later diende zich een persoon aan als een soort hoge vertegenwoordiger van de B.S.; die zou orde op zaken stellen. Naderhand bleek hij elders een van de grootste NSB’ers gewesst zijn.

(22 april is een typefout!)

Jacob de Waard noteerde in zijn landbouwdagboek:

14 april weer bieten zaaien en ineggen en rollen, toen paardenwaschstuk klaar maken voor blauwmaanzaad, tuin maaien, waaieren
15 April Bevrijding door Canadezeen, ‘s middags om 4 uur de bunker een de Electradijk genomen door 4 Can pantserwagens
16 April alle pers. Vacantie wegens bevrijding
17 April meeste personeel afwezig
18 April toer voor blaauwmaan klaar maken, eggen en ringwalsen, winterkoeren schoffelen 

Zijn vader Klaas Jan de Waard, landbouwer op De Waarden te Kommerzijl, was in zijn landbouwdagboek iets scheutiger :

15 april zondag President Roosevelt ter aarde besteld, de eerste Canadeesche panserwagens in Grijpskerk, Kommerzijl en Visvliet
16 april […] in de loop van de middag de arbeiders opgehouden om naar de bevrijders in Grijpskerk te kijken. De ondergrondsche beweging den geheelen dag bezig om de N.S.B.ers gevangen te nemen en in de loods van de zuivelfabriek op te bergen, Groningen in geallieerde handen
21 april regenachtig, houtjes maken. Zaterdagmiddag meesten vrij, Sjoert de natte 4 waar roode klaver ingezaaid is nog met kleine zigzag overgeegd.
Oost en Noord Nederland bijna bevrijd. Er wordt nog gevochten bij Delfzijl en omstreken. Verder wordt er in nog gevochten in Amersfoort, het geallieerde leger staat voor de Grebbeberg
5 mei capitulatie van de Duitsche troepen in Nederland, N.W. Duitschland en Denemarken, voedsel wordt naar Holland vervoerd met Engelsche en Amerikaansche bommenwerpers, vrachtauto’s en schepen, ‘t personeel allemaal vrij vanwege de bevrijding. Buiig
Op 7 mei 2.41 uur is te Reims in het hoofdkwartier van generaal Eisenhower de volledige onvoorwaardelijke overgave getekend
8 mei feesten en optochten in Grijpskerk, meeste personeel erheen

Jacoba de Waard-Siccama van Hayemaheerd vertelde aan haar kinderen dat de soldaten van het Duitse platteland afkomstig waren en blij waren dat ze hier gelegerd waren en aan het Oostfront. Zij leverde wel eens spek aan hen. Het waren aardige mensen.

Anco van der Kamp, destijds wonende bij zijn ouders op de boerderij Vlakkeriet, vertelde dat toen de militairen weer weggereden waren hij ook in de bunker geweest was. Hij vond nog een lichte mitrailleur en nam die – onder het mom “je kunt nooit weten …” – mee naar naar huis en verstopte deze onder de “misplank” (mestplank). Zijn moeder vond dat niks en uiteindelijk heeft hij het wapen  ingeleverd.

In het boek Houwerzijl staat over de bouw van de bunker nog het volgende:

Bij Houwerzijl, aan de Electraweg, dicht bij het boerderijtje De Hunze van Allersma, waar toen Luitje Lap en zijn gezin woonden, werd in de middendijk een bunker gebouwd met zware muren en plat dak met daarop een uitkijkpost. De bunker was met camouflagenetten bedekt en vormde een geheel met het beloop van de dijk. Er was een kleine bezetting van luchtmachtsoldaten in grijze uniformen. Hun waarnemingen van de vliegtuigbewegingen gaven ze door per telefoon. Ze deden niemand kwaad. Ze haalden brood bij Hogeveen en melk bij Rietema op “Waterloo”. 

Ongetwijfeld zullen zij het neerstorten van de “Mary Ellen III” en het van de bommenwerper bij Leenstertillen per telefoon gemeld hebben.

 

 

Omstreeks 1980 is in het kader van de ruilverkaveling de bunker opgeruimd. Het was al jaren een sta in de weg voor de uitoefening van de landbouw en stond na het afgraven van de middeldijk open en bloot in het land van de boerderij Nieuw Ewer, precies op de grens tussen de gemeenten Leens en Ulrum, tegen het zwet tussen de boerderijen Waterloo en Nieuw Ewer.

   Foto genomen door RAF

 De bunker in gebruik. De camouflagenetten zijn zichtbaar. (Fotocollectie Wim Mollema)

 De bunker “ontbloot”. (Fotocollectie Kees van Straten)

 
(Fotocollectie Kees van Straten)

 

Toen in de jaren 60 ter hoogte van de bunker een sloot gegraven werd, kwam er een verroest FN 1906 Browning pistool te voorschijn. Ongetwijfeld “verloren” door een Duitse of Canadese militair.

Op www.ak56.nl staat het volgende:
Het FN1906 pistooltje was van 1906 tot 1950 in productie. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de productie tijdelijk stopgezet. In het begin van de tweede wereldoorlog werden er slechts enkele geassembleerd onder het nazi regime. Grosso modo zijn er drie modellen te onderscheiden. Eentje zonder veiligheidspal, eentje met veiligheidspal met een smalle trekker en een laatste variant met een bredere trekker met alle veiligheden aan boord. Welke zot koopt nu zoiets?  Het Russische leger, diverse politiediensten en één miljoen burgers werden eigenaar van een FN1906. Veel wapens werden aan militairen geschonken door hun (terecht) bezorgde ouders. De kostprijs in 1920 was 85 Belgische franken, zeg maar 4 gulden. Alle wapens werden netjes met een handleiding en een passend doosje afgeleverd.  Omstreeks 1925 begon men het FN1906 pistooltje wel eens een baby Browning genoemd te worden en dat geeft tot heden verwarring.

     
De eerste 2 foto’s zijn uit de collectie van K.H. van Straten. Op de tweede foto is een “nep”kolf gemonteerd. De derde foto is de FN 1906 Browning afgebeeld. De rechter foto is de echte FN baby Browning afgebeeld.

 

Voordat de bunker werd verwijderd heeft Kees H. van Straten alles opgemeten. Ook Kees heeft de originele tekeningen tot nu niet kunnen traceren.

Meettekening K.H. van Straten

______________________________________________________________

Terug naar geschiedenis